IPMS Gent modelbouwclub

Hawker Huricane Mk IIc

François Cnudde

BouwdoosHawker Huricane Mk IIc, nummer 04144
MerkRevell
Schaal1/72
Photo-etch
Extra-tech O-45, interieurdetails
Part S72-110, flaps
Documentatie



Replic n° 76, blz 30 tot 36
Wing Masters n° 5, blz 18 tot 29
Wing Masters n° 18, blz 51 tot 53
Wingmasters n° 43, blz 8 tot 11
Sam Publications, modellers datafile, The Hawker Huricane
FigurinesAirfix
startertrolleyzelfbouw aan de hand van originele foto’s
FietsS8M model, street 72serie, nummer SM-05, eveneens bijgewerkt aan de hand van originele foto’s

Geschiedenis

In de tweede wereldoorlog concentreerde zich de jagerontwikkeling in Groot-Brittannië net als in andere landen in oorlog op de verbetering van motorprestaties en vuurkracht. Een typisch voorbeeld voor deze inspanningen is de door Rolls-Royce Merlin aangedreven Huricane van Hawker. Ze was als onderscheppingjager in 1941 al verouderd, maar leverde als jachtbommenwerper bewapend met kanonnen en raketten nog waardevolle diensten in Europa, Azië en Noord-Afrika. Als eerste Huricane werd in 1940 een Mk I aangepast met Merlin XX-motor die haar maximumsnelheid verhoogde met 31 km/h. Dit type ging als Mk IIa in serie en weldra volgde de Mk IIb met twaalf 7,7 mm machinegeweren. Mk II’s verschenen in 1941 als jager en later, met maximaal 454 kg aan bommen, ook als jachtbommenwerper boven Frankrijk. Andere eskaders bestreden scheepsdoelen in Het Kanaal. In de herfst van 1941 verhuisden Mk IIa en IIb naar het oostfront. Doordat het operationele zwaartepunt van de Huricane zich had verplaatst naar het grondgevecht, introduceerde men een sterkere bewapening (vier 20 mm kanonnen). Vanaf april 1941 ging de Mk IIc in dienst als dagjager, en vanaf augustus werden ook nachteskaders omgebouwd naar dit type vliegtuig.

Technische Kenmerken

Hawker Hurican MkIIc
Type: jager en jachtbommenwerper
Motor: een vloeistofgekoelde Rolls-Royce Merlin XX- zuigermotor met 954 kW
Maximum snelheid: 541 km/h
Begin klimsnelheid: 6100 meter in 9,1 minuut
Reikwijdte: 740 km, zonder externe lasten, 1480 km met twee 200-liter afwerptanks
Vliegplafond: 10.850 meter
Gewicht: leeg 2631 kg, beladen 3674 kg
Bewapening: vier 20 mm Hispano of Oerlikon-kanonnen en grendels onder de vleugels voor elk twee 113 of 227 kg bommen

Afmetingen:

Spanwijdte, 12,19 meter. Lengte, 9,58 meter. Hoogte, 4,04 meter. Vleugeloppervlak, 23,97 vierkante meter

Bouw van het model

Hawker Hurican MkIIcBij het openen van de doos stellen wij vast dat het model zeer fijn is gegoten waarbij de paneellijnen zeer fijn ingegraveerd zijn. Details zijn scherp gegoten wat het model uiteindelijk zal mooi maken. De bouwdoos bestaat uit een drietal boomstructuren van licht grijze kleur en één boomstructuur van doorzichtig plastic. Stellen tevens vast dat er geen overtollige gietbramen aanwezig zijn. In de doos zitten extras zoals bommen en verschillende luchtfilterinlaten zodat men verschillende machines kan maken. De bedoeling is om een nachtjager te construeren in zijn donkere kleuren. Deze decals zijn echter niet bijgeleverd bij deze kit en worden mij geleverd door Stephan van modelbattalion, uit zijn eigen modeldozen.

Interieur:

Hawker Hurican MkIIcBij de bouw beginnen we uiteraard met de cockpit. Hierbij gebruiken wij enkel maar de rugleuning voor de stoel. De details aan de zijkanten van de beide romphelften worden weggeschuurd en vervangen door scratchonderdelen bestaande uit evergreen strips en PE onderdelen. Bij het fret van Extratech gebruiken wij enkele de details van het interieur en niet de gehele interieurconstructie, daar de PE te plat is en geen volle dimensie geeft aan het model. De stoel wordt gemaakt van PE alsook de riemen enz. De stoel wordt verder verfijnd met detail van koperdraad. De cockpit wordt verder uitgewerkt met PE en scratch waarbij aan stuurboord de toegang wordt vrijgemaakt zodat een betere inkijk is in de cockpitruimte. Aan stuurboord, de rechterkant van het model, wordt in de romp een opening gemaakt ter hoogte van de radiobehuizing. Het is de bedoeling om het volledige radiocompartiment uit te werken en te showen. Dit wordt verwerkt met Evergreen-strips en scratchonderdelen. De radio’s en voedingen worden gemaakt uit scratchonderdelen en koperdraad voor de kabels. Eveneens wordt nu al de antennedraad in de romp geklapt, de draad is afkomstig van onze al gekende nylonkous. De beide “deurtjes” worden gemaakt uit koperfolie en krijgen de geplooide vorm mee van de uitgesneden stukken. Voor de beschildering van het interieur verwijzen wij verder. Nadat het interieur en het exterieur is geschilderd en gevernist, monteren wij enkel een kleine doorzichtig stukje plastiek welke de ‘gunsight’ moet voorstellen. Bij de montage van de ‘gunsight’ dienen wij uiteraard rekening te houden met de dikte van de voorruit zodat dit geen moeilijkheden meer kan opleveren bij de montage. Het kleine ‘gunsight’-glaasje wordt vervolgens gelijmd met verdunde houtlijm welke geen sporen van lijmresten nalaat.

exterieur:

Hawker Hurican MkIIcNadat het model aan de binnenkant is gedroogd en samen gemonteerd, kunnen we beide romphelften samen lijmen. Na droging worden de naden weggewerkt met fijne schuursticks totdat men geen enkele middennaad meer voelt. Op de plaatsen alwaar men gleuven/gaatjes dient op te vullen gebruiken wij hiervoor Vallejo putti. Nadat men een gladde oppervlakte heeft bereikt kunnen we beginnen met de detaillering aan de buitenzijde van het toestel. Hiervoor dient men de documentatie te raadplegen voor het toestel welke men wil bouwen. In mijn geval wens ik een nachtjager te bouwen waardoor ik enkele details dien aan te brengen welke speciaal voor dit toestel is bestemd. Ik dien aan beide zijden van de romp vlamschermen aan te brengen, hiervoor gebruik ik fijne koperfolie. Eerst maak ik met een mesje een kleine inkeping waarin de folie juist past en breng vervolgens op maat. Lijmen gebeurd met secondenlijm. Nadien wordt bovenop de romp een extern korrelvizier aangebracht met koperdraad welke is ingeboord in de romp. Op de antennesteun wordt tevens een klein PE voetje geplaatst waarbij de antennedraad zal aan bevestigd worden. De antennedraad zelf bestaat uit een fijne nylondraad, van ‘moeders nylonkousen’, en wordt aangetrokken en daarna gelijmd met secondelijm. Tevens worden de navigatielichten niet vergeten, zijnde bovenaan het toestel, hiervoor gebruik ik evergreenstrip van 0,8mm, die nadien wordt uitgeboord om inwendig te kunnen schilderen. Het achterste navigatielichtje wordt eveneens uitgeboord. Dit gebeurd met een boortje van 0,5 mm. Nadien worden de plastiekbedieningen van het staartroer weggesneden en vervangen door exemplaren bestaande uit PE en koperdraad. Eveneens worden de flaps achteraan de staartvleugels uitgesneden en naar beneden gepositioneerd zodat er meer dynamiek ontstaat. De flaps zelf krijgen een platte evergreen-strip opgelijmd, aan de snijkant, om daarna fijn te worden opgeschuurd met lichte ronding. Voor de bevestiging aan de staartvleugels worden kleine gaatjes geboord, met 0,3mm, om daarna kleine stukjes koperdraad erin te monteren voor een betere hechting. In de wielbasissen worden enkele leidingen aangebracht uit koperdraad. Nadat deze werken zijn uitgevoerd monteren we de wielbasis aan de romp en schuren we de naden weg ter hoogte van de samenkomst met de vleugels. Het oppervlaktedetail dat werd weggeschuurd wordt opnieuw geconstrueerd met een kleine fijne krasnaald ( paneellijnen). Nadien wordt de luchtinlaat uitgeboord met een kleine boor van 0,5mm en vervolgens weggefreest zodat een ovale opening ontstaat. Tevens wordt de radiator onder handen genomen. De radiator zelf krijgt enkele PE details als interieur en de achterste koelklep wordt uit de plastiek weggesneden en vervangen door een stukje op maat gemaakte koperfolie met als ondersteuning enkele koperdraadjes welke de klepbediening voorstellen. Eveneens worden de naden van de radiator weggeschuurd voor de montage op de body. De uitlaten worden van hun gietnaden ontdaan om daarna uitgeboord te worden. Men kan blijkbaar kiezen in de kit voor 2 soorten van uitlaten, hier is dus aan te raden om de documentatie na te kijken. Gezien het feit ikzelf een later type van vliegtuig bouw, dien ik een later type van uitlaat te gebruiken. Bij de vleugels worden de vleugelflaps uit de plastiek weggesneden en vervolgens vervangen door PE exemplaren. Gezien het feit dat de vleugels in twee delen bestaan kunnen wij op het onderste deel extra steunen in PE aanbrengen zodat het interieur van de flaps, een vlak stukje koperplaat, een betere steun heeft bij het verlijmen. Tevens wordt de binnenkant alwaar het interieur van de flaps in moet, schuin gevijld zodat het PE plaatje eronder door kan schuiven. Daarna worden de beide vleugelhelften tesamen gelijmd en opgeschuurd met de schuursticks. Bij de montage van de vleugels op de romp heeft Revell dit echter goed uitgewerkt. De lijmnaden zijn eigenlijk een onderdeel van het vleugeldetail, een paneelnaad. Bij het lijmen van de vleugels dient men er op te letten dat de vleugels gelijk lopen met de onderkant van de wielbasis. Nadat de vleugels zijn opgeschuurd kunnen we starten met de montage van de flaps. Eerst en vooral dien we na te gaan of de flaps de goede lengte hebben en of ze al dan niet teveel uit de vleugel komen met hun steun. Indien nodig dient men de PE bij te knippen met de schaar. Hierbij dienen we iedere PE flapsteun apart te plaatsen op zijn basis. In iedere flapsteun moet achteraan een rond plastiek staafje geplaatst worden welke de as voorstelt. Hiervoor gebruiken we evergreenstrip van 0,5 mm. Lijmen gebeurd met secondelijm. Nadien worden de flaps gemonteerd op de vleugels. Daarna kunnen we starten met de opbouw van het landingsgestel. Hierbij dienen wij remleidingen aan te brengen met koperdraad. Rond de koperdraad worden kleine stukjes aluminiumfolie gedraaid zodat deze kunnen doorgaan voor kabelbevestigingen. Het uiteinde van de leiding wordt in de wielpoot geboord voor extra steun. Daarna is het gewoon de planning volgen voor de montage van het gestel. Enkel bij de achterste steun dienen wij een klein stukje plastiek bij te passen voor een juistere weergave van de steun. De wielen zelf worden lichtjes bijgevijld om een doorzakking van de band te verkrijgen, dit door het gewicht van het vliegtuig.

Beschildering en afwerking

Interieur:

Hawker Hurican MkIIc Na de montage van het interieur kunnen we denken aan het schilderen. Eerst en vooral wordt het interieur gespoten met een grondverf, kwestie van een egale ondergrond te hebben over de verschillende materialen. De grondverf is Hum 1 en wordt licht gespoten over het model zodat geen details verloren gaat. Daarop wordt met V950, zwart, een voorschaduw gespoten in de verschillende hoeken van het interieur. Na droging van de preschaduw krijgt het interieur zijn basiskleur, zijnde interiorgreen, gespoten met V920. Daarna wordt het basiskleur opgelicht met V837. Hierbij worden twee lagen gespoten waarbij telkens de volgende laag wat bleker wordt uitgewerkt ( techniek zoals het schilderen van figuren ). Daarbij wordt de preschaduw niet uit het oog verloren zodat in de hoeken een donkere schaduw achterblijft. Na droging wordt het interieur gespoten met klir om de verf te beschermen tegen de verouderingstechnieken met olie. Eerst en vooral worden op de beide panelen enkele kleine decals geplaatst welke een diensttekst uitmaken. De decals komen uit de sparebox en worden aangebracht met sol en set. Daarna wordt het geheel terug geklirt om te verzegelen. Voor de veroudering gebruiken we een wash van raw umber olieverf welke wij zeer lichtjes in twee lagen aanbrengen. Hierop worden de stukken verder geschilderd met de hand welke dienen geschilderd te worden volgens de documentatie. Zwart V950, voor de stukken in de cockpit, waarna deze worden opgelicht met Hum 67, panzergrey, en Hum 64, light grey, om de detail op te lichten. De gordels op de stoel worden geschilderd met V988 en opgelicht met V837en geschaduwd met V822. De drukfles achter de cockpit wordt geschilderd in het flat blue, V962. De bedrading van het vliegtuig krijgt verschillende kleuren zoals wit, V951 en geel, V953. Alle spanbanden worden geschilderd in een metaalkleur, zijnde V865. Daarop worden al stukken lichtjes bijgewerkt met schaduw, sepia. Om het geheel van de cockpit op te lichten gebruiken we Hum 78, cockpitgroen, verbleekt met Rev 5, wit, in een verhouding van 4 op 1. Dit wordt lichtjes gedrybrusht zodat de details uitspringen. Daarna worden op selectieve plaatsen enkele paintchips geplaatst zodat het lijkt dat de verf is afgeschilferd door het intensieve gebruik. Dit wordt bereikt met V995 zeer verdund aan te brengen. Als het geheel gedroogd is wordt deze geklirt en daarna vernist van V520, matte vernis. Enkel de meters op het instrumentenpaneel krijgt een behandeling met V510, blinkend vernis om de meters goed te laten uitkomen. Na droging wordt er op selectieve plaatsen wat ‘bloot metaal’ aangebracht met een carismapotlood. De montage kan beginnen. Bovenop de cockpit wordt de plaats alwaar de ‘gunsight’ wordt geplaatst, eerst geschilderd in het matzwart, V950.

Exterieur:

Hawker Hurican MkIIc Eerst en vooral de afplakking van de openingen in het vliegtuig. Dit gebeurd met Tamiya plakband van 10mm. Zodra de cockpit opening en de opening van het radiocompartiment zijn dichtgeplakt kunnen we de plakband snijden voor op de canopie te leggen. Daarna kan het schilderen beginnen. Eerst en vooral wordt de canopie in het interieurkleur gespoten met V920 en lichtjes uitgebleekt met V837, verhouding van 4/1. Dit doen we zo omdat je dan vanuit de binnenkant van de canopie het interieurkleur ziet. De rest van de camouflagekleuren worden dan over de canopie gespoten. Nadien wordt ook dit geklirt. Hierop kan het model volledig in de grondverf gespoten worden, zijnde Hum 1. Na droging krijgen de paneellijnen een pre-schaduw van zwart, Vallejo 950. De onderzijde van het vliegtuig dient volledig in het zwart gespoten te worden omdat we een nachtjager gaan maken. Deze hadden aan de onderzijde een zwart kleurschema. Wanneer dit éénmaal droog is, nemen wij zwartgrijs, Vallejo 862, om de vlakken op te lichten zodat de paneellijnen donker blijven. Hierbij dient men echter goed op te letten, want een klein beetje teveel spuiten en het is ietsjes te bleek. Op sommige plaatsen had ik dit probleem, hoe voorzichtig ik dan ook was in het spuiten. Ik heb dit opgelost met een lichte mist te spuiten over de onderkant van het model met zwart, Vallejo 950, zodat het effect ietsjes of wat getemperd werd. Na droging werd het model met klir gespoten, 2 lagen, om de verf te beschermen. Na de afwerking werden de opliggende details lichtjes gedrybrusht met Hum 67, panzegrey. De camouflagekleuren worden gespoten met Vallejo 893, donker groen, en met Vallejo 869, donker grijs. Bij het spuiten moet men er op letten dat men niet teveel spuit langs of op de paneellijnen, zodat deze ietsjes donkerder overkomen, dus dat de preschaduw goed uitkomt. Daarna krijgen de buitenste vleugelranden een gele kleur ter identificatie welke vanaf eind 1941 werd ingevoerd ter herkenning van de eigen toestellen. Dit wordt verkregen door V953, flat yellow. Na droging van het geheel wordt het vliegtuig overspoten met een tweetal lagen klir ter bescherming. Daarop dienen wij de wielbasissen en vleugels af te plakken met Tamiyatape. Daarna krijgen de wielbasissen en het interieur van de vleugelflaps hun groene kleur met V920, wat vervolgens wordt opgelicht met V837. Tevens wordt de binnenzijde van de wielflaps niet vergeten. Nadat deze een wash hebben gekregen met raw umber, worden er paintchips gezet op geselecteerde plaatsen met V920 gemengd met 837 op basis van 50/50. Na droging wordt er met Rev 99, aluminium, kleinere paintchips gezet zodat er een 3-D effect ontstaat. Na droging van alle verflagen worden deze terug beschermd door gebruik te maken van Klir. Op deze klirlaag worden vervolgens de decals aangebracht. Uiteraard gebruiken wij bij decals onze bekende Set en Sol van Microscale. Nadat alle decals zijn aangebracht wordt er terug een laatste klirlaag aangebracht, en dit ter bescherming van verflagen en decals tegen de verouderingstechnieken. De velgen van de wielen worden met de hand geschilderd met zeer verdunde Rev 99, Aluminium, waarbij de banden zelf al gespoten werden met de pre-schaduw, in het zwart dus. Nadat de wielpoten een behandeling hebben gehad met raw umber, wordt er een fijne modderlaag gespoten over het geheel met V874, light earth. Na het aanbrengen van de vernislaag gebruiken we Mig pigmentpoeder om het gedroogde moddereffect wat te versterken. Hiervoor gebruiken we P028, europe dust voor. De leidingen naar de remmen toe worden eveneens in het zwart geschilderd waarbij alle klemmen in oily steel, V865, worden geschilderd. Eveneens worden de leidingen geschilderd in de wielbasissen. Een drukfles wordt in flat blue, V962, geschilderd, de steunen van de wielpoten worden met aluminium, Rev 99, geschilderd. Vervolgens worden de uitlaatpijpen geschilderd met olieverf zijn burnt sienna, roodbruin, wat goed is als basiskleur om later roestpigmenten op aan te kunnen brengen. De binnenkant van de uitlaatpijpjes worden geschilderd met V950, zwart om later na het vernissen met pigmentpoeders te kunnen bewerken. Voor de roestbehandeling gebruiken we Mig pigmenten P025, standaard roest en P024, lichte roest, waarbij de lichte roest meer naar de buitenkanten van de uitlaatpijpen zit. Voor de roetbehandeling aan de uitlaten gebruiken we P023, black smoke. Na volledige droging krijgen de Hispano-kanonnen een lichte drybrush van gun Metal, H53. Eveneens wordt voor de roetbehandeling van de Hispano-kanonnen P023, black smoke gebruikt. Nadien wordt met sterk verdunde olieverf, zijnde sepia, een pinwash gegeven op de paneellijnen van het vliegtuig. Nadat de pinwash volledig is ingedroogd schilderen we de buitenste navigatielichten, respectievelijk aan de linkerkant in het rood, Rev 34, en aan de rechterkant in het blauw, Rev 50. De uitsparingen van de navigatielichtjes werden op voorhand al uitgevijld om daarna voorzien te worden met cristal clear als beglazing. De rest van de navigatielichtjes worden geschilderd met zilver, V997, en tevens ook voorzien met cristal clear als beglazing. Tevens werd met sterk verdund zilver, V997, de achteruitkijkspiegel bovenop de canopie geschilderd. Voor de landingslichten heeft Revell een tweetal kleine glaasjes meegeleverd, doch deze dienen bewerkt te worden om te kunnen passen. Na de bewerking worden deze glazen opgeschuurd met schuurpads en steeds maar fijner totdat we eigenlijk polijsten. Nadien krijgen de glazen nog een behandeling met tandpasta voor de montage. Montage gebeurd met cristal clear dat doorzichtig opdroogt. Nadat het model enkele uren heeft gedroogd brengen we een wash aan van raw umber over het ganse vliegtuig, rekening mee houdende met de windstroming tijdens de vlucht, dus met andere woorden, de wash wordt aangebracht van voor naar achter toe en rechtlijnig. Daarop behandelen we terug het vliegtuig met een tweede laag raw umber. Na droging van de tweede laag kunnen we het vliegtuig verder behandelen. Daarvoor nemen we burnt umber olieverf met Hum119, light earth, welke wij zeer sterk verdunnen zodat we fijne washes kunnen leggen rond de uitstekende delen van het vliegtuig, welke dan vuilresten kunnen voorstellen. Uiteraard worden deze uitgestrijkt met de vliegrichting mee. Om oliestrepen en benzinesporen te maken gebruiken we een fijne wash van Hum 100 vermengd met Hum 33. Voor benzinesporen nemen we iets meer Hum 100 dan voor oliesporen en omgekeerd dan ook, voor oliesporen meer Hum 33. Op verschillende plaatsen worden ‘chips’ aangebracht rondom de luiken. Op de decals zelf worden enkele ‘chips’ met het zilverpotlood aangebracht om beschadigingen te verkrijgen.

Diorama

Hawker Hurican MkIIc Voor het diorama gebruiken we terug onze bekende MDF-bodemplaat van 18 mm dikte met een kleine afschuining aan de zijkant om de basis presentabel te maken. De afmetingen van de basisplaat betreft 18 cm x 17 cm. De basis wordt vervolgens geschilderd met meubelkleuring en daarna vernist met blinkend vernis voor meubels. Het plankje plakken we af met isolatieplakband, en dit rondom het plankje. In het midden van het plankje krassen we enkele lijnen in met een mes om het grondwerkje een betere hechting te geven. Daarop maken wij een grondwerkje met Polyfilapasta samen met zand en verdunde houtlijm. Om het papje een kleur te geven voegen wij er nog wat Mig pigmenten aan toe zijnde Russian earth, P034 en wat Vallejoverf zijnde V872, Chocoladebruin. Dit papje strijken we fijn over de grondplaat en laten dit vervolgens goed drogen. Als het grondwerkje bijna droog is brengen wij met een wiel/tandenstoker enkele sporen aan in het aardewerkje. Daarna het geheel 24 uren laten drogen totdat het goed is uitgehard. Na droging kunnen we beginnen met een wash te geven van sepia zodat de lagergelegen delen een diepbruine kleur krijgen. Na droging beginnen we met het drybrushen van de sporen om het geheel op te laten lichten. Hiervoor gebruiken wij verschillende tinten bruin van Humbrol, zijnde 98, chocoladebruin; 186, bruin; 29, donkere aarde; 119, lichte aarde en 93, woestijngeel. Tussen de drybrush met Hum119 en 93, werken we nog eens af met een fijne pinwash met sepia in de laagste gedeelten om daarna fijn te drybrushen met Hum 93. Nadien wordt het gras aangebracht. Hiervoor gebruiken we Heki-gras, van de treinmodelbouw, met zeer fijne versnipperingen. Het gras wordt gelijmd met verdunde houtlijm. Nadat dit geheel is gedroogd spuiten we met sterk verdunde houtlijm nogmaals over de grasmat voor een betere hechting op de grondplaat. Als dit gedroogd is kunnen we beginnen met het bijwerken van het gras. Eerst en vooral brengen we een donkere wash aan met olieverf. Hiervoor gebruiken we raw umber gemengd met sap green, waarbij het groen moet overheersen, maar zodanig dat het donker blijft. Na droging van ongeveer 24 uren brushen we met zuiver sap green de grasmat zodat een mooie egale kleur ontstaat en het ‘speelgoedachtige’ kleur verdwijnt. Nadien wordt verder gebrusht met een mengsel van sap green met gele oker totdat we met zuivere gele oker brushen. Na goede droging gebruiken we een mengsel van gele oker met permanent geel om bepaalde grassprieten op te lichten. Daarop brengen we nog wat burnt umber aan rond de scheiding van gras en aarde zodat net geheel iets beter uitkomt. Nadat het geheel goed is doorgedroogd plaatsen we kleine microbloemknoppen in het gras welke dan kleine bloemen dienen voor te stellen die in het gras groeien, dit doen we door gebruik te maken van onze vloeibare houtlijm. Deze krijgen een fijne gele kleur met olieverf, permanent geel, maar heel lichtjes zodat het niet overheersend wordt. Na volledige droging krijgen de gele bloemen nog een lichte wash met sepia er om het heldere geel te breken en deze meer te laten opgaan in het geheel van de grasmat. Op het diorama brengen we uiteraard enkele sprekende details aan om het diorama tot ‘leven’ te brengen, en zo een ‘verhaal’ te vertellen. Bij het vliegtuig wordt een kleine startertrolley geplaatst die wacht om aangesloten te worden zodat het vliegtuig klaar gemaakt kan worden tot opstijgen. De startertrolley werd door ons zelfgebouwd aan de hand van foto’s van het origineel in een museum. Voor het vervaardigen van deze trolley hebben wij gebruik gemaakt van plastic-card van 0,5 mm dikte en van Evergreenstrips om het kader te maken. Bevestigingen van de as en de steunen van het zwenkwieltje vooraan, alsook detail bovenaan de trolley, zijn gemaakt uit stukjes overschot van PE. De wielen komen uit de sparebox. Voor het kleine wieltje gebruiken we een stukje afkomstig van een achtertrein van een M3 halftrack. De starterkabel zelf werd gemaakt uit visdraad van 0,5 mm dikte. Daarna kan het geheel gespoten worden in de grondverf, Hum 1, zodat de latere verflagen een betere hechting krijgen. Uiteraard krijgt de trolley een kleine preschaduw met V950. Na droging wordt met V964 het kleur gespoten, zijnde RAF Blue en dan wel zo dat de preschaduw lichtjes doorschijnt. Daarop worden de banden in het zwart geschilderd, de scharnieren met Oily steel, V865, en een contact, vooraan de trolley, in het wit, V951 en flat red V957. Daarop krijgt de trolley een laagje klir zodat enkele kleine decals, uit de sparebox, kunnen aangebracht worden, waarbij deze dan terug worden verzegeld met klir. Daarna geven we de trolley een fijne wash met raw umber. Na droging krijgt de trolley een fijne pinwash met sepia in de hoeken. Na droging krijgt de body een lichte “veging” met pigmentpoeder P035, panzer grey fading. De banden zelf werden geschilderd met V950, zwart en nadien opgelicht met een mengsel van zwart V950 met sand light V837. Nadien krijgen de banden een wash met light earth V874, om het geheel wat vuiler te laten uit zien. Over de banden brengen we nog wat Europe dust aan van MIG pigmenten. Aan het metalen handvat, onderstel en de velgen, brengen we nog wat verwering met een mengsel van V964 met V 837 dat een verbleekt materiaal moet voorstellen. Uiteraard brengen we enkele paintchips aan met chocoladebruin, V872. Nadien wordt de trolley vernist met mat vernis. Enkele slijtageplaatsen dienen dan nog bijgewerkt te worden met een carisma potlood. Eveneens wordt op het diorama een fiets geplaatst tegen de startertrolley. De fiets bestaat uit een PE-setje welke we bijgewerkt hebben met extra detail aan de hand van originele foto’s van fietsen uit de periode 1935 – 1945. Het extra detail dat werd aangebracht betreft de extra steunen naar de spatborden toe en onder het bagagerekje, alsook het aanbrengen van remhendels aan het stuur. Daarvoor hebben we twee verschillende soorten koperdraad voor gebruikt. Daarna kan het geheel gespoten worden in de grondverf, Hum 1, zodat de latere verflagen een betere hechting krijgen. Nadat de grondverf droog is kunnen wij met de beschildering beginnen. Voor het kader en de spatborden van de fiets schilderen wij deze in het zwart, V950, conform de foto’s in ons bezit. Daarop worden alle delen die normaal gechromeerd zijn in het zilver van Vallejo, V997, geschilderd in enkele fijne dunne laagjes (stuur, pedalen, velgen van de wielen). De ketting en de tandwielen worden geschilderd met Hum 53, gunmetal. De banden van de fiets waren vroeger bleek van kleur, tevens conform de foto’s, we nemen hiervoor V976, buff. Nadat de fiets werd geschilderd in zijn basiskleuren wordt hij voorzien van een laag klir. Na droging krijgen de wielen een wash met raw umber. De ketting zelf krijgt tevens een wash van zwart om het vet te reconstrueren. Nadien worden de wielen vernist met mat vernis. De fiets zelf krijgt een satijnvernis.

Figurines

Hawker Hurican MkIIc Voor de beide figurines komen deze uit de sparebox en zijn afkomstig van Airfix. Het betreft een wandelende piloot en een onderofficier die hem staat op te wachten aan zijn toestel. Beide figuren worden opgekuist en ontdaan van flash. Nadat deze zijn bewerkt, worden zij meegespoten in de grondverf, zijnde Hum1. Na droging begint de beschildering van de huid, dus met het aanbrengen van zeer fijne laagjes. Eerst en vooral worden de huidsdelen geschilderd omdat deze normaal gezien het laagst liggen. Daarna schilderen we de haren van de officier in V984 en wordt vervolgens lichtjes opgelicht met een mengeling van V984 met V819. Vervolgens worden de beide uniformen in hetzelfde kleur geschilderd, namelijk V867, donker blauwgrijs. Hierbij worden zeer fijne laagjes op het uniform aangebracht. Daarna lichten we op met V837 en schaduwen we met V822. De schoenen van de officier worden geschilderd in het zwart, V950. Voor het oplichten van deze punten van de schoenen gebruiken we tevens V837. De schoenen van de piloot worden geschilderd met chocoladebruin, V872. ook hierbij gebruiken we V837 om op te lichten en V822 om te schaduwen. Nadien wordt de schaduw versterkt met V950 Voor de schapenwol aan de schoenen van de piloot gebruiken we V837, wat meer een gebroken wit is. De lederen muts van de piloot wordt geschilderd met V822, welke we vervolgens ook oplichten met V837 en terug schaduwen met V822. Voor de diepere gelegen delen gebruiken we V950. De kabels aan de microfoons aan de lederen muts worden geschilderd met V984. Na droging beginnen we met het aanbrengen van de kentekens in de verschillende kleuren. Voor het kenteken op de kepie van de officier gebruiken we V998, brons. Voor de kentekens op de epauletten van de officier gebruiken we voor de achtergrond V950, en voor de tekens zelf V837, maar dan puur. De chevrons op de mouwen van de piloot schilderen we tevens de achtergrond ook zwart, V950, en daarop schilderen we met een mengsel van zwarte en witte olieverf, lichtgrijze chevrons. De adelaar op de borst wordt met witte olieverf geschilderd alsook de kaart die in de rechterschoen van de piloot steekt. Hierbij gebruiken we olieverf omdat deze onmiddellijk hecht aan het oppervlak wat men met waterverf niet heeft. De papieren worden nadien zeer lichtjes gewasht met V822, om de heldere witte kleur te vervagen. De parachute op de rug van de piloot wordt vervolgens met V880 geschilderd. Oplichten doen we uiteraard met V837 en schaduwen met V822. Nadien worden de figuren vernist met mat vernis. Enkel de metalen delen dienen dan nog bijgewerkt te worden met een carisma potlood.


 

Agenda

Update Events - Update artikels