IPMS Gent modelbouwclub

Focke Wulf Fw 190 A-8/R8 – diorama.

Franćois Cnudde

MerkRevell
ModelFocke Wulf Fw 190 type A8 (R11).
Schaal1/72
Documentatie


Foto’s internet
Airpower, algemene geschiedenis en techniek, onderwerp Fw 190.
Planes and Modelkits, Fw 190 A/F.
WingMasters Hors-serie n° 6, blz 54 – 60.
WingMasters n° 10, blz 52 – 54.
WingMasters n° 20, blz 18 – 21 en blz 51.
WingMasters n° 27, blz 56 - 58
WingMasters n° 41, blz 50 – 55.
WingMasters n° 51, blz 32 – 49.
WingMasters n° 58, blz 8 – 13
Replic n° 39, blz 11 – 19
Replic N° 73, blz 30 – 33
Replic N° 124, blz 34 – 40.
Squadron/Signal Publications n° 170, Fw 190 in action
Art of Modelling N° 1, blz 42 – 49

Korte geschiedenis van het model:

De Fw 190 was het tweede gevechtsvliegtuig dat geproduceerd werd in grote aantallen voor de Duitse luchtmacht. Hij was ontworpen om de Messerschmidt Me 109 bij te staan. Al bij al werden er 20.000 Fw 190’s gebouwd tussen 1942 en 1945, inclusief 13.365 jachtvliegtuigen en nachtjacht vliegtuigen. Het vliegtuig werd ontworpen met een dubbele radiale stermotor. De reden daarvoor was dat deze goede motor in grote getallen aanwezig was. Het prototype van de Fw 190 vloog voor het eerst op de 1e juni 1939. In de winter van 1939 / 1940 werden enkele voorontwerpen gebouwd om vervolgens getest te worden in het testcentrum Rechlin door luchtmachtpiloten. Vanaf februari 1944, 1344 vliegtuigen werden gebouwd van het A8 model, welke aanzien werd als een zware jager. Dit model had de BMW motor type 801 van 2.000 pk en voorzien van 2 131 type machinegeweren en 4 151/20 type machinegeweren in de vleugels. De zware A8 kwam vanaf februari 1944 tot inzet en werd later inzet in de nachtjachtmethode en werd ‘wild zwijn’ genoemd. Met een maximum van gewicht voor het opstijgen van 4.460 kg en voorzien van de BMW radiaal motor, bereikte de Fw 190 A8 een maximum snelheid van 640 km/h op een hoogte van 6.200 meter. Daarbij was de maximum hoogte 10.400 meter met een actieradius van 1.450 km. De Fw 190 werd door beide oorlogspartijen als het waarschijnlijk beste jachtvliegtuig van de Duitse productie gezien.

Bouw van het model:

Bij het bouwen van het model zijn we deze maal niet begonnen met het cockpitgedeelte, doch met de bijgekochte BMW motor. Deze bestaat uit verschillende kleine resin-onderdelen die gemonteerd dienen te worden. Daarbij is er de nodige PE voorzien om de motor, die eigenlijk een model op zich is, te verfijnen. Bij de montage zijn er geen noemenswaardige problemen te vermelden, doch men dient rekening te houden dat men niet alles achtereen kan monteren daar men anders er niet meer aan kan om te schilderen (vb inlaat- en uitlaatbuizen, versterkingsring rond de motor,..). Het is dus noodzakelijk om vooraf alles te bestuderen en te droogpassen, om nadien geen verrassingen te verkrijgen. Bij het droogpassen lijkt het er op dat de motor perfect past in het model. Nadat het motormodel is geschilderd kunnen we verder werken aan de inlaat en uitlaatbuizen. Daar de inlaatbuizen en uitlaatbuizen zeer broos en fragiel zijn maken we gebruik van evergreenstrips met diameter van 0,7mm en 0,6 mm om deze te vervangen. Bij het verder uitwerken van het motorcompartiment (dit kan enkel nadat de cockpit en de rest van de detaillering is gebeurd) dienen we er op te letten dat de motor niet te hoog wordt gemonteerd. Het motorcompartiment zelf wordt uitgebouwd met plasitc-card aan de hand van foto’s en constructietekeningen op schaal 1/72. In het motorcompartiment brengen we enkele leidingen aan door middel van koperdraad. Daar er geen bijgeleverde motorsteunen zijn, dienen we deze zelf te maken, wat geen sinecure is omdat er geen mallen zijn of geen aanwijzingen hoe de steunen moeten staan. Om de motor uit te centeren wordt dit een heel paswerkje. Voor de steunen te maken gebruiken we ronde Evergreenstrips van 0,9 mm, wat ongeveer overeen komt met de schaaldikte. Deze Evergreenstrips worden gesneden met schuine kanten en met deze schuine kanten aan elkaar gelijmd onder een hoek die overeen komt met de geboorde gaten op de vuurvaste wand tegen de cockpit. Na droging worden de samengelijmde strips uitgeboord en voorzien van een heel klein stukje koperdraad om in de bevestigingsgaten van de motorring te passen. Eveneens worden er kleine koperdraadjes aan de andere kant van de steunen aangebracht om deze te bevestigen in de vuurvaste wand. Nadat deze motorsteunen zijn geschilderd en verweerd, kunnen we starten met het aanbrengen van detaillering, in de vorm van bekabeling, kabelklemmen en leidingen. Daarvoor worden verschillende soorten diameter koperdraad gebruikt, voor de kabelklemmen gebruiken we bladlood van champagneflessen. Nadien gebruiken we zeer fijne elektriciteitsdraad, met het omhulsel eraan, als leidingen voor de koeling van de motor die we achteraan simuleren. Eveneens komen aan de voorkant een tweetal leidingen, die naar beneden hangen. Van bladlood maken we enkele spanbandjes rond de leidingen. Een soort van verluchtingsbuis wordt gemaakt van een stukje Evergreenstrip van 0,20mm met daar rond gedraaid een fijn stukje koperdraad. Vastlijmen met vloeibare secondelijm, zodat men een ‘gekartelde’ buis krijgt. Nadat het voormelde is beschilderd kunnen we verder werken aan de detaillering van de motor, voornamelijk het aanbrengen van de PE-leidingen voor de inspuiting die langs de inlaatbuizen loopt.

Nadat de motor is geschilderd kunnen we beginnen met het vliegtuig zelf. Beginnen doen we met kijken wat eruit gezaagd moet worden om de detaillering van het vliegtuig te verbeteren. De volledige voorkant (motorcompartiment) wordt weggesneden zodat de ganse motor ‘bloot’ komt te liggen. Dit doen we met veel geduld en een scherp mesje. Uitsnijden doen we in de paneellijnen. Achteraf kunnen we deze panelen hergebruiken of hermaken met behulp van koperfolie of aluminiumfolie, dus werp deze uitgesneden stukken niet onmiddellijk weg (gebruiken als mal). Achter de cockpit snijden we eveneens een luik open om het achterste interieurdetail te kunnen vertonen. Daarna kunnen we starten met de cockpitdetaillering. Hiervoor gebruiken we de detailset van Part om het geheel op te fleuren. Hierbij enkele opmerkingen betreffende het samenbouwen van de pilootstoel. Volgens het plan van Part dienen we de zitting van de kitstoel te gebruiken. We moeten opletten dat we de stoel aan de zijkanten wat bijschuren daar anders de stoel niet meer in de originele cockpitkuip past, nadat alles is gemonteerd van PE. De achterkant, aan de onderzijde, van de cockpitkuip, dient wat uitgesneden te worden omdat de stoelpoten anders teveel in de weg zitten, en de stoel teveel naar voren staat, en terug we hetzelfde probleem hebben zoals hierboven beschreven. Bij het uitsnijden kunnen de poten in de uitsparing zitten. Anders zijn er geen noemenswaardige problemen te melden bij het samenstellen van de cockpit, de gebruikte PE levert zeker een extra waarde op in dit geval. We hadden de bedoeling om aftermarket beglazing te gebruiken, doch bij montage stellen we vast dat deze te groot was. Hierbij dienen we de originele beglazing te gebruiken van Revell zelf wat eigenlijk toch wel te dik is. Gelukkig zijn de voorruit en de canopy gescheiden van elkaar. De voorruit zelf wordt aan de binnenkant opgeschuurd aan de randen om dit wat te verdunnen. Hierop dienen we een stukje sluiting van PE te monteren, doch nadat deze is geschilderd in de binnenkleur. De canopy zelf dienen we te voorzien van het conische achterstuk dat de sluiting is op het vliegtuig zelf. Deze maken we uit plasticcard en verlijmen we heel fijn zodat er geen lijmsporen aan te treffen zijn op de beglazing. Deze wordt vervolgens rondgeschuurd, mee met de vorm van de canopy. Nadien dienen we deze eveneens te voorzien van een PE-sluiting en een interieur waaronder de hoofdsteun.

Nadien kunnen we starten met het detailleren van het achterste interieur, achter de cockpit. Hierbij dienen we de spanten aan te brengen. Dit doen we met fijne Evergreenstrips. Detaillering bestaat hieruit een radioset (FuG 25) en zijn batterij en enkele technische kasten alsook het aanbrengen van zuurstofbollen (1 x 3 bollen). Deze bollen maken we uit Miliput. Uiteraard dienen de benodigde bekabeling niet te ontbreken. Daarvoor gebruiken we koperdraad. De bediening voor het staartroer wordt eveneens aangebracht na beschildering

Vervolgens kunnen we het bovenste stuk onder de handen nemen, daar waar de machinegeweren boven de motor liggen. Daar de beschermingskappen weg zijn gesneden, dienen we het volledige bewapeningsgedeelte te scratchen. Hiervoor gebruiken we enkele kleine stukjes plasticcard en wat Evergreenstrips. De basis zelf wordt opgemeten en fijn geschuurd in de vorm van het toestel, doch iets kleiner dan het vliegtuig zelf. Hierbij simuleren we dat dit het binnenste gedeelte is. Voor de bedrading nemen we een tweetal soorten koperdraad. De machinegeweren zelf zijn van resin, de steunen zelf worden gemaakt van resinstukjes die op maat worden geschuurd en daarna voorzien van wat detail in de vorm van gaatjes. Nadat de machinegeweren zijn opgelijmd kunnen we de patroonbegeleidingen aanbrengen dmv dunne platte plastiekcard. Aan de zijkant van deze basis brengen we met een overschotje PE een sluiting aan die de koppeling maakt met de munitiemagazijnen. Munitiemagazijnen worden niet gebouwd omdat het vliegtuig in onderhoud staat.

Verder werken doen we aan de onderzijde van het vliegtuig. De wielkuipen dienen wat bijgewerkt te worden met PE. De nodige remleidingen worden aangebracht met een stukje koperdraad. Ook hier wordt de plastieken bewapening vervangen door metalen lopen waarbij de verdikking aan het begin van de loop, dient bijgewerkt te worden met evergreenstrips. Deze strips worden aangebracht vanuit de binnenkant van de vleugel. Daarna worden de buitenste bewapening in de vleugel bijgewerkt en vervangen door, metalen lopen. Onder de vleugel dienen hierbij kleine gaatjes geboord te worden om de hulzenuitwerper te monteren. De uitwerpgaten worden wat bij geboord om het realistischer te maken. Aan de onderzijde van het vliegtuig komen een aantal antennes uit PE. De steun voor de externe brandstoftank wordt eveneens bevestigd nadat deze wat is ingekort en voorzien is van extra detail met PE en een brandstofleiding met bijkomende bevestigingspunten

Op de vleugels zelf worden de details van deze bewapening aangebracht. De flaps aan de onderzijde van vleugel worden eveneens weggesneden omdat deze vervangen worden door PE exemplaren. De binnenkant van deze flaps zijn voorzien in de PE-set en sluiten goed aan op het model. Voor de flaps zelf volgen we gewoon de handleiding bij de PE-set. Voor de bevestiging gebruiken we kleine stukjes koperdraad die in de vleugels zijn ingeboord, dit enkel voor de versteviging. Voor de wielkappen gebruiken we de resinstukken van Quickboost die uiterst fijn zijn gegoten. De wielpoten zelf komen uit de kit en worden vervolgens voorzien van extra detail in de vorm van aansluitingen voor de remleidingen en remflexibels. Ook hiervoor gebruiken we twee soorten koperdraad, de dikste houden we voor de flexibele remleidingen die eveneens worden ingeboord in de koppelingsstukken en de wielpoot. Dit gebeurt met een boortje van 0,3mm. De veerscharnier komt van de PE-set. Voor de losgemaakte beplating van het vliegtuig gebruiken we koperfolie die we vervolgens uitkleden met wat Evergreenstrips, dit in de vorm van onze documentatie. De bedoeling is dat deze losgemaakte platen aan de kant worden geplaatst op het diorama.

Beschildering van het model:

De beschildering van het model begint bij de motor. De motor kunnen we echter niet volledig monteren daar er anders geen detaillering kan aangebracht worden zoals het moet. Daar de motor bestaat uit een multimediakit dienen we eerst enkele fijne laagjes grondverf aan te brengen met Vallejo primer. Daarna kan de motor in het zwart gespoten worden met Vallejo 950, black. Na droging drybrushen we het motorblok met gunmetal van Humbrol 53, gun metal. De cilinders worden gedrybrusht met Hum 11, silver. De draden van de bougies worden geschilderd in het rood met Vallejo 957. Volgens onze documentatie dienen we achteraan de motor enkele onderdelen te schilderen in een staalkleur waarvoor wij Vallejo 865, oily steel gebruiken, alsook 1 enkel onderdeel in het blauw, Vallejo 925, intense blue. Bekabeling achteraan het motorblok schilderen we met Vallejo 953, flat yellow. De inlaatbuizen worden vervolgens met Rev 99, aluminium geschilderd, de opliggende bekabeling schilderen we met Vallejo 953, flat yellow. De steuntjes van de bekabeling schilderen we met Vallejo 865, oily steel. Nadien brengen we een fijne pinwash op met sepia olieverf. De bijkomende bekabeling tussen het motorblok en de vuurvaste wand worden vervolgens geschilderd met Vallejo 982, cavalry brown, 957, flat red, 953,flat yellow en 951 white. Eveneens wordt een kabelsteun, aan de zijkant, en een leiding geschilderd met Vallejo 993, white grey, die een aluminiumlook heeft. De koelleidingen worden vervolgens geschilderd met Vallejo 950, zwart als basiskleur. De kabelklemmen en de spanbanden rond de koelleidingen worden geschilderd met Vallejo 865, oily steel. Daarna worden de leidingen gedrybrusht met Vallejo 994, dark grey, enkel op de plaatsen alwaar er direct licht opvalt. De verluchtingsbuis wordt beschilderd met Vallejo 950, zwart, en daarna gedrybrusht met Vallejo 997, silver. De steunen van de uitlaatbuizen worden eerst met een laagje grondverf behandeld om nadien een basiskleur te krijgen van Vallejo 950, zwart. Nadien worden deze steunen gedrybrusht met Hum 53, gunmetal. De uitlaatbuizen zelf worden geschilderd met een roodbruine basiskleur, Vallejo 982, cavalry brown. Na de montage worden deze dan behandeld met white spirit verdunde pigmentpoeders van MIG, namelijk P230, old rust als basis en nadien opgelicht met een mengsel van P025, standard rust met P024 ligth rust. De uiteinden van de uitlaten krijgen nog een oplichting met een mengsel van light rust met een heel klein beetje standard rust, dit om de overgangen geleidelijker te laten verlopen. Waarom pigmenten aanbrengen met white spirit; daar white spirit vettiger is dan water, kan je met dit mengsel een beter korrelig effect verkrijgen op de uitlaten. Roet aan het einde van de uitlaten wordt eveneens op dezelfde manier aangebracht, daarvoor gebruiken we P023, black smoke. Verzegelen doen we met MIG’s pigment fixer. Daarna wordt de metalen steunring rond de cilinders geschilderd met Vallejo 950, black, en na droging voorzien van een laagje klir. Na volledige droging drybruschen we deze ring met Hum 53, gunmetal. Na het vernissen voorzien we deze ring nog van wat grafiet van het potlood wat de metaalschijn versterkt.

De motorsteun wordt vervolgens gespoten met grondverf van Vallejo en nadien voorzien van een voorschaduw op de hoeken, met Vallejo 950, zwart. Nadien word de basiskleur erop gezet, namelijk Vallejo 886, green grey, wat overeenkomt met het kleur RLM02. Oplichten doen we met Vallejo 815, basic skintone. Na droging wordt de stoel verzegeld met klir om de verf te beschermen tegen de verweringsprocessen. Het eerste wat we aanbrengen voor de verwering is een lichte filter. Hiervoor gebruiken we een bruine filter van Sin Industries (MIG), P241. Daarna wordt een fijne pinwash verricht rond de details, dit doen we met olieverf sepia. Nadat dit allemaal is gedroogd kunnen we verder afwerken met het verweren van het interieur. Hierbij gebruiken we een licht bruine wash van MIG om het geheel een wat vuiler uitzicht te geven. Het teveel wordt na ongeveer tien minuten terug weggewreven, doch zo regelend dat er vuilstrepen zichtbaar blijven. Daarop kunnen we overgaan tot het vormen van chips waarbij er wat metaal ‘bloot’ komt te liggen. Voor het driedimensionale effect zorgen we met een mengsel van Vallejo 886 en Vallejo 815 ( 2 op 1) en met Vallejo 995, panzer grey als metaallaag. Het motorcompartiment wordt eveneens geschilderd in RLM02, zijnde Vallejo 886, green grey. Vooraleerst dat we deze kleur opbrengen wordt een grondlaag gezet met een pre-schaduw van Vallejo 950, black. Daarna spuiten we de RLM02 welke vervolgens wordt opgelicht met Vallejo 815, basic skin tone. Verzegelen doen we met Klir. Schaduwen doen we met een fijne pinwash van sepia olieverf. De nodige bekabeling schilderen we in Valejo 982, cavalry brown en Vallejo 951, wit. Een filter wordt gelegd met P241 van Sin Industries. Nadien brengen we een vuile wash aan met de brown wash van MIG. Afwerken doen we zoals hierboven beschreven met paintchips. Stof brengen we aan in de hoeken met Vallejo 837, sand light, zeer sterk verdund.

Eveneens wordt de bewapeningssector bovenop de motor geschilderd volgens voormelde handeling. Nadien worden de details afzonderlijk geschilderd. Eerst en vooral brengen we een zwarte basislaag aan met Vallejo 950. Na droging drybrushen we de kleine elektrische doosjes met Vallejo 995, German Grey. Hierbij kunnen we vervolgens overgaan tot het beschilderen van de bekabeling. Hierbij gebruiken we Vallejo 953, flat yellow, voor de kabels die van de motor komen om de sturing te geven tussen de schroefbladen te schieten. Vervolgens schilderen we een voedingskabel in Vallejo 925, intense blue, en een sturingskabel in Vallejo 981, orange brown. De aanwezige kabelklemmen schilderen we met Vallejo 865, oily steel. De machinegeweren zelf worden gespoten met Vallejo 950, zwart als basiskleur, na een grondlaag. Nadien brengen we klir aan om de basiskleur te beveiligen voor de verdere behandelingen. Als deze laag droog is kunnen we beginnen met het drybrushen van de bewapening met Hum 53, gun metal. Een kleine sluiting onderaan de machinegeweren, dit voor de aankoppeling van de munitiemagazijnen, schilderen we met Vallejo 865, oily steel. Na droging brengen we heel lichtjes een blauwe filter aan, SIN Industries P240, op de loop van beide machinegeweren om het warm geworden metaal nog meer te benadrukken. De kabel achteraan de machinegeweren wordt geschilderd met vallejo 957, flat red, welke de stuurkabel voorstelt om het afvuurmechanisme in werking te stellen

Voor het beschilderen van alle interieurs nemen we eerst een fijne laag grondverf van Vallejo. Nadien worden de technische interieurs onder de handen genomen. Volgens de documentatie worden deze geschilderd in RLM 02, zijnde Vallejo 886, green grey. Oplichten gebeurt met Vallejo 815, basic skin tone. De details in de technische ruimte worden geschilderd met de hand. Daarvoor gebruiken we Vallejo 950, zwart, voor de verdeelkast en de kabelbundel, voor het gyrokompas en de zuurstofbollen. Deze worden vervolgens opgelicht met een drybrush met Vallejo 994, dark grey. Voor enkele schakelkasten gebruiken we vallejo 994, dark grey, en voor de radio zelf gebruiken we Vallejo 980. De radio zelf wordt opgelicht met een mengsel van Vallejo 980, black green, met Vallejo 815. Dit wordt in de vorm van een drybrush aangebracht. In de technische ruimte wordt eveneens met een drybrush-ronde gestart, met vallejo 991, dark sea grey. Hierbij worden de donker grijze schakelkasten onder handen genomen alsook de zwarte schakelkasten en de donker groene radio. Een tweede ronde drybrushen doen we met Vallejo 989, sky grey, dit omdat de details nog beter zouden uitkomen, zeker in die schaal, en zeker wanneer de beide helften dicht zullen zijn. De verschillende bekabelingen in het achterste interieur schilderen we met Vallejo 953, flat yellow, 957, flat red, 951, white en de buizen voor de zuurstof toevoer worden geschilderd in Vallejo 962, flat blue. Een fijne pinwash wordt gelegd met sterk verdunde olieverf, sepia, om schaduweffect te verkrijgen.

De cockpitruimte zelf wordt geschilderd in RLM 66, zijnde Vallejo 994, dark grey. Uiteraard gebeurt het oplichten met een mengsel van Vallejo 994 met Vallejo 815. Nadien starten we met een eerste drybrush-ronde met Vallejo 991, dark sea grey. Een tweede ronde drybrushen doen we met Vallejo 989, sky grey, voor een betere zicht op de details. Om enkele details nog beter op te lichten gebruiken we op selectieve plaatsen nog wat Vallejo 993, white grey, om op te lichten. Een fijne pinwash wordt gelegd met sterk verdunde olieverf, sepia, om schaduweffect te verkrijgen. Daarop worden de details geschilderd. Beginnen doen we met de cockpitinstrumenten, deze krijgen een basiskleur van Vallejo 950, black, die rond deze instrumenten worden geschilderd in een soort van vierkant. Volgens documentatie van echte instrumenten zijn deze verwerkt in een soort van bakelieten houder, die dus zwart is. Eveneens worden de gedeelten van de stuurstick niet vergeten. Verdere details op het instrumentenpaneel worden geschilderd met Vallejo 953, geel; Vallejo 957, rood; Vallejo 962, blauw; Vallejo 951, wit en Vallejo 984, bruin. Daarop kunnen we beginnen met het stoelgedeelte. Eerst en vooral worden de dieper gelegen delen geschilderd, waaronder het lederen kussen op de stoel. Hiervoor gebruiken we Vallejo 871, leather brown. Oplichten doen we met Vallejo 837, sand light en schaduwen met Vallejo 822, black brown. De gordels op de stoel schilderen we met Vallejo 988, khaki. Oplichten gebeurt met Vallejo 837, sand light en schaduwen met Vallejo 822, black brown. Eveneens een fijne pinwash wordt gelegd met sterk verdunde olieverf, sepia, om schaduweffect te verkrijgen. Daarna worden alle interieurs met klir gespoten om alles te beschermen en wordt een fijne neutrale wash gelegd met raw umber olieverf. Na droging krijgt de cockpit op selectieve plaatsen enkele lichte “chips” welke de verfslijtage moet voorstellen. Hiervoor gebruiken we Vallejo 995, German grey, voor de blanke metalen schilfers en Vallejo 989, sky grey, voor de oplichting. Na het vernissen van het geheel kunnen we overgaan tot het ‘metalliseren’ van bepaalde onderdelen. Daarvoor gebruiken we een Carisma potlood, zilver voor de gespen van de gordels en grafiet voor geselecteerde beschadigingen in de cockpit zelf. De cockpit wordt nadien afgewerkt met wat MIG pigmenten om wat stof na te bootsen (P028, Europe dust; P027, light dust; en P030, beach sand in 1 mengsel samen).

Nadat de voorruit en de canopy zijn afgeplakt kunnen we starten met schilderen. De voorruit wordt eerst voorzien van een laag klir, die de helderheid ten goede komt. Daarna wordt eerst de binnenkleur aangebracht met vallejo 994, dark grey (RLM 66). Na droging gebruiken we terug klir om te verzegelen. Het kleine interieurstukje achteraan de canopy, met de kabelbegeleiding en de hoofdsteun, wordt eveneens geschilderd volgende de hierboven beschreven uitleg voor cockpitbeschildering. Het richtvizier schilderen we met Vallejo 950, zwart, die we nadien drybrushen met Vallejo 995, german grey. In het midden van dit vizier plaatsen we een kleine decal die het kompas voorstelt. Na het vernissen werken we af met cristal clear om het glas te maken, dit enkel nadat het vleigtuig is afgewerkt en voordat de cockpitkap wordt geplaatst. Het hoofdkussen en de lederen band rond de cockpitkap worden vervolgens geschilderd met Vallejo 871, leather brown, om vervolgens na droging gebrusht te worden met burnt sienna olieverf. Nadien worden deze lederen onderdelen gedrybrusht met gele olieverf. Een kleine technische decal wordt op deze steun aangebracht om nadien verzegeld te worden met klir. Na droging vernissen we het geheel en brengen lichte beschadigingen aan met het potlood. Hierop kunnen we de bedrading aanbrengen die aldaar aanwezig moet zijn. Hiervoor gebruiken we fijne draad van EZ line. Dit is een soort van polymeer die uitrekbaar is tot 700% van zijn lengte, wat zeer fijne draden oplevert. Lijmen doen we met secondenlijm, aan te brengen met een tandenstoker. Nadien kunnen we het geheel inlijmen in de cockpitkap, eveneens met secondenlijm. Dit levert geen probleem van witte randen (van het verdampen van de secondelijm), daar het glas in de klir werd gedoopt en de klir deze dampen afhoudt. Nadat het vliegtuiginterieur is geschilderd en vernist, kunnen we de cellofaanfilm van de gunsight aanbrengen, dit lijmen we met Johnson klir daar dit klaar opdroogt. Nadien lijmen we het windscherm van de canopie, eveneens met klir.

Nadat het vliegtuig is ontvet met een afwassopje kunnen we beginnen nadenken over het schilderen. Het te schilderen patroon betreft een kleurenschema die gebruikt werd door het JG300, Reichsverteidigung anno 1944. Daar dit schema een hevig slijtagepatroon heeft dienen we te zorgen dat dit eveneens aanwezig is. Het aanbrengen van een grondlaag doen we met Vallejo primer, sterk verdund zodat we een zeer dunne laag verkrijgen. Na de droging kunnen we de preschaduw aanbrengen met Vallejo 950, zwart, en dit in de meeste paneellijnen. Nadien brengen we de basiskleuren aan. Het volgende losse onderdeel is de koelring vooraan die we volgens dezelfde methode als hierboven beschreven, zullen behandelen. Echter, hierbij gebruiken we Vallejo 953, flat yellow als basiskleur. Enkel aan de onderzijde van de koelring dienen we een ander basiskleur aan te brengen, zijnde RLM 76 of Vallejo 907, pale greyblue. Afplakken doen we met Tamiyatape. Nadien beschermen we de verf met klir.

Daar het vliegtuig een rode band achteraan heeft, brengen we deze eerst aan met Vallejo 957, flat red, zodanig dat de voorschaduw lichtjes erdoor schijnt. Na droging krijgt de rode band een laagje klir ter bescherming. Terug lakken we af met Tamiyatape, ongeveer 8mm breedte. Daarna kunnen we de onderste basislaag aanbrengen, RLM 76 of Vallejo 907, pale greyblue. Er wordt gezorgd dat de preschaduw mooi maar lichtjes door deze laag schijnt. Eveneens worden de kleine losse onderdelen niet vergeten, die eenzelfde behandeling krijgen. Verzegelen doen we terug met klir. Als deze grondlaag is gedroogd kunnen we verder gaan met de bovenste basiskleuren zijnde RLM 74, Vallejo 867 – dark bluegrey, en RLM 75, Vallejo 869 – basalt grey. De motteling wordt aangebracht met de airbrush en een stukje papier met daarin een tweetal soorten van ‘vlekken’ geknipt. Om veroudering van de geverfde oppervlakken na te bootsen met we gebruik van de oude goeie drybrush techniek. Hiervoor gebruiken we Vallejo 867 met Vallejo 837, sand light om de donkere gedeelten op te lichten, om de bleke delen op te lichten gebruiken we Vallejo 869 met 837. Doe dit heel lichtjes om een subtiele veroudering te bekomen. De extra pantserplaten aan de zijkant van de cockpit spuiten we met Vallejo 978, dark yellow, wat voor extra contrast zorgt in het kleurenschema. Na het opbrengen van een decal op een van die pantserplaten brengen we een fijne filter aan van P241 brown for dark yellow van SIN Industries. Na het drogen kunnen we enkele chips aanbrengen die de slijtage moet voorstellen. Hiervoor gebruiken we Vallejo 916, sand yellow, voor de verfslijtage. Lichte geoxideerde staalvlekken nemen we Vallejo 822, German camou black. Nadat dit alles is gedroogd kunnen heel lichtjes wat roestaflopers aanbrengen met light rust effects van MIG productions. Dit dient heel subtiel te gebeuren zodat het niet te overdreven is. Indien dit alles droog is kunnen we overgaan tot het beschilderen van de wielkuipen, de binnenkanten van de flaps en wielpoten, enz.. met RLM 02, zijnde Vallejo 886, green grey. Na volledige droging van het model, brengen we op selectieve plaatsen een oplichting van bepaalde platen aan. Dit doen we met Vallejo 815, basic skin tone en met de kleuren RLM 74 en 75. Dit gebeurt heel lichtjes daar het vlug teveel zou worden. Verzegelen doen we met Klir om de decals dan te kunnen aanbrengen. De decals zijn een combinatie van droge (wrijf-) en natte (watergedragen) decals, en dit naar de foto / tekening van het model. Na het verzegelen van de decals met klir kunnen we overgaan tot het aanbrengen van de verfbeschadigingen in de vorm van paintschips. Dit doen we met Vallejo 864, natural steel, die we sterk verdund aanbrengen. Deze chips worden aangebracht volgens het patroon dat gekend is volgens foto's en tekeningen van het betreffende toestel. Nadat het vliegtuig is gedroogd, krijgt het een vuile lichte wash van raw umber olieverf.

Bij het detailschilderen gebruiken we voor de flexibels aan de wielpoten Vallejo 950, black, en voor de koppelingen Vallejo 998, bronze. De cilinders die voor de schokdemping zorgen worden geschilderd met Vallejo, 865, oily steel. Een kleine stuurkabel wordt geschilderd met vallejo 953, flat yellow. De kabel die in de wielkuipen lopen schilderen we met Vallejo 950, black. Verdere highlighting van de details, via drybrush, doen we met Vallejo 886, greengrey, met Vallejo 815, basic skin tone. Schaduwen doen we met washes van MIG. De wielen schilderen we met Vallejo’s Panzer Aces 306, dark rubber. Nadien lichten we op met Vallejo 992, neutral grey, dit met een lichte drybrush. Eveneens wordt het kleine zwenkwiel achteraan schilderd. De velg schilderen we met Vallejo 886, green grey en de band met Vallejo 306, dark rubber. Om de schroef en de spinner op te lichten drybrushen we met Vallejo 995, panzer grey. De mitrailleurs op de vleugels worden met Vallejo 950, black, als basiskleur geschilderd om nadien te worden gedrybrusht met Humbrol 53, gunmetal. Daarna kunnen overgaan tot het paintschippen van de schroefbladen met Vallejo 864, natural steel. De trimvlakken achteraan de staart en de kleine vleugels worden geschilderd met Vallejo 957, flat red, dit eveneens als de indicatoren op de vleugels die aanwijzen dat het landingsgestel is uitgeklapt

Aan de onderzijde van het vliegtuig schilderen we aan de brandstoftankophanging de klemmen en koppeling met Vallejo 864, natural steel. De bewapening wordt gedrybrusht met Hum 53, gun metal. Verder wordt een fijne wash van Vallejo 983, flat earth, opgebracht om gedroogde modder/aarde voor te stellen aan de wielpoten. Nadien kunnen we overgaan tot het vernissen van het hele model. Nadat dit is opgedroogd kunnen we met Vallejo blank vernis over de chromen cilinders gaan van de veerpoten, om nadien enkele Oil and Grease Stain van MIG aan te brengen. We verdunnen dit met thinner for washes om subtiel aan te brengen aan de veerpoten en rond de wielnaven. Eveneens wordt een beetje van deze mix aangebracht aan de wielnaven en rond de vuldoppen van de benzinetanks. Nadien wordt op selectieve en veel gebruikte plaatsen met een carisma potlood wat slijtage aangebracht. De antennebedrading wordt aangebracht met zeer fijne visdraad van 0,1mm die nadien wordt geschilderd met Vallejo 950, black. Met een heel klein beetje secondelijm in gel vorm worden isolatoren aangebracht die nadien geschilderd worden met Vallejo 918, ivory.

Het diorama:

Het diorama zelf bestaat uit een basisplank van MDF met de afmeting van 34cm op 22 cm die voorzien is van schuine kanten van 45°. Op deze plank wordt vervolgens een basisgrond gelegd van architectenkarton waarvan aan één zijde het papier is verwijderd om ingekrast te kunnen worden in de vorm van betonplaten, dit zoals op een vliegveld. Het inkrassen in het architectenkarton gebeurt met een fijn zacht potlood of een fijne tandenstoker. Aan de ingang van de hangar plaatsen we een kleine afwateringsrooster uit PE in de betonplaten die we induwen met een op maat gemaakt stukje plasticcard, dit zodat het lijkt dat aldaar een put zit met een bepaalde diepte. Aan de achterkant van het diorama wordt een muur voorzien die afkomstig is van de binnenkant van een loods alwaar het vliegtuig zal staan tijdens zijn onderhoudsbeurt. Ook deze muur is van architectenkarton waarbij dezelfde procedure is gevolgd als hierboven uitgelegd, waarbij we bakstenen hebben uitgetekend en waarbij twee openingen zijn voorzien om ramen te kunnen modelleren. De afwerking van deze ramen doen we met plasticcard die we zo insnijden dat het houten planken zijn die tegen de muur zijn bevestigd en waarin de ramen komen te zitten. De ramen zelf worden eveneens vervaardigd uit plasticcard. De poorten van de hangar worden gemaakt uit stukken Evergreen strips die op hun kant worden gelijmd. Aan de voorkant van de poorten komt een velletje aluminiumpapier vanuit de keuken. Wees voorzichtig daarmee, dit scheurt zeer vlug, dus op maat snijden met een zeer scherp mesje.

Nadien kunnen we de basis van de grondplaat en de muur spuiten met verdunde houtlijm. Nadien kan er gespoten worden met Vallejo primer als grondlaag. Op de grondplaat brengen we een pre-shade aan met Vallejo 950, black. Nadien kunnen we de basiskleur van het beton aanbrengen met Vallejo 992, neutral grey. Die dient in veelvuldige dunne lagen worden aangebracht. Na droging kunnen we beginnen met het oplichten van de afzonderlijke vlakken van de betonbaan. Hiervoor gebruiken we Vallejo 870, medium sea grey, die we eerst afzonderlijk aanbrengen in verschillende fijne lagen. Nadien kunnen we verder oplichten met Vallejo 819, Iraqui sand, om de eerste stoflagen aan te brengen. Dit doen we als mengsel met Vallejo 870, totdat we ongeveer een eindverhouding hebben van 2 delen Vallejo 870 op 3 delen Vallejo 819. Na droging kunnen we verder oplichten met Vallejo 976, buff, om het stofeffect te vergroten. Hierbij dienen we rekening te houden om wat verschillen te verkrijgen in het geheel zodat we niet alles als één geheel gaan spuiten, maar enkel selectief. Na dat dit is gedroogd kunnen we overgaan tot het inbrengen van diepte in de grondplaat. Dit gebeurt met Brown wash van MIG, sterk verdund. Eveneens worden de voegen en de beschadigingen daarna ingelijnd met dark wash van MIG, dit om het contrast te vergroten. Om de tussenvoegen en de breuklijnen te benadrukken gebruiken we P023, black smoke, van poeder om diepte te creĎren. Nadien spuiten we opnieuw met grijze verf, zijnde Vallejo 990, light grey vermengd met 819, Iraqui sand, om af te sluiten met het oplichten van de middenvlakken met Vallejo 989, sky grey vermengd met 819. Nadien wordt dit weer verzacht om met verschillende verfjes van Vallejo te ‘sponzen’, dwz op te doppen met een spons. Hiervoor gebruiken we Vallejo 990,light grey, Vallejo 973, light sea grey en 986, deck tan. Deze kleuren worden ook door elkaar gebruikt om de breuklijnen te accentueren en deze te microschilderen. De buitenste betonstukken worden extra behandeld met sap green olieverf sterk verdund en daarna met de losse hand op de voegen aangebracht, dit om de mosvorming te benadrukken. Het rioleringsgat schilderen met Vallejo 950, black, om diepte te creĎren. Het afdekrooster zelf van de riolering schilderen we ook met Vallejo 950, black om nadien met een mengsel van Vallejo 872, chocoladbrown en Vallejo 981, orange Brown een basis roestkleur te geven. In de nog natte verf wordt vervolgens met pigmentpoeders nog wat extra roest aangebracht. Hiervoor gebruiken we P024,light rust en P025 standard rust. Om wat extra contrast te geven lijnen we de opstaande randen in met dark wash. Het rooster zelf wordt nadien nog lichtjes bijgewerkt met grafietpolood om een fijne metaalschijn te verwekken.

De muur wordt tevens voorzien van een laagje grondverf van Vallejo. Nadien kunnen we de grondlaag van de voegen aanbrengen, zijnde Vallejo 976, buff. Hierop begint het plezante werkje, het schilderen van de bakstenen. Dit gebeurt een voor een met het basiskleur 982, calvary brown. Daarna kunnen we overgaan tot het bewerken van de bakstenen met verschillende kleurtonen die als basis bruin hebben. Hierbij gebruiken we Vallejo 940, saddle Brown, Vallejo 950, black en Vallejo 876, Brown sand. De buitenkant van de bakstenen muur krijgt een regenbehandeling met olieverf van Rembrandt, zijnde sap green met een heel klein beetje lamp black. Dit mengsel wordt sterk verdund met thinner for washes van MIG om dan aan te brengen waar de regen haar sporen maakt. De binnenkant van de muur in de hal krijgt een behandeling van raw umber wash om aldaar ook de veroudering door te voeren, onder de ramen zelf en in de hoeken komt wat meer raw umber om al wat schaduw te zetten. Daarna behandelen we de hoeken nog extra met sepia wash. De onderkant van de muur bestaat uit een betonnen bekleding van de muur. Deze schilderen we eerst met Vallejo 883, silver grey als basiskleur, met een tweetal verdunde lagen. Daarna brengen we verf aan op een droge manier (bijna drybrushen) om de eerste cementlagen te schilderen. Daarvoor gebruiken we Vallejo 994, dark grey, Vallejo 990 light grey, Vallejo 884, stone grey, Vallejo 918, ivory en Vallejo 951 white. Om verder op te lichten gebruiken we vervolgens andere tinten van Vallejo, zijnde Vallejo 836, london grey, Vallejo 989, sky grey, Vallejo 819, iraqui sand en Vallejo 918, ivory. Deze brengen we op door middel van de sponstechniek. Nadien accentueren we de breuklijnen nogmaals. Daarvoor gebruiken we Vallejo 994 om de schaduw in de breuklijnen te brengen en Vallejo 993, white grey om de groeven op te lichten.

De beplanking aan de voorkant van de muur gaan we verouderen zodat het lijkt alsof de planken er al jaren in wind en slagregen hangen. Daarvoor gebruiken we verschillende verfjes van Vallejo, zijn 872, chocol Brown, 874, US tan earth, 907, pale greyblue en 883, silvergrey. Daarna worden de houtnerven verdonkerd met een dark wash van MIG. Het andere houtwerk van de ramen krijgen een groene kleur opgelegd. Hiervoor nemen we Vallejo 970, deep green als basiskleur. Eveneens krijgen deze houtnerven een dark wash van MIG opgelegd. Nadien kunnen we overgaan tot het verweren van het hout. Daarvoor gebruiken we Vallejo 891, intermediate green en Vallejo 969, park green, welke we licht drybrushen over de nerven heen. Nadien ‘chippen’ we het hout nogmaals met hetzelfde mengsel als de drybrush, maar verrijkt met Vallejo 918, ivory, welke de afschilfering van de verf moet voorstellen. De ruiten zelf worden gemaakt uit verpakkingsmateriaal en op maat gesneden. Nadien krijgen deze een lichte nevel van Vallejo 939, smoke, opgebracht om dan met een fijne tandenstoker ‘aflopers’ te trekken naar beneden toe. Daarna worden de ruiten ingelijmd met houtlijm op hun plaats. Stof creĎren we door een tweetal pigmenten te mengen met elkaar, zijnde P028, Europe dust en P037, Gulf war sand. Om een zogenaamde ‘doorkijk’ te maken, brengen we enkele stukken profiel aan die het dakconstructie moet voorstellen, en dit door gebruik te maken van Evergreen profielen. De dakconstructie zelf krijg een rode mine kleur, zijnde Vallejo 985, hull red. Nadien volgt een wash van MIG, Brown wash. Nadien worden de detail lichtjes opgelicht met een mengsel van raw umber olieverf met Hum 11, silver. In de hoeken van de opstaande steunen, en aan de bouten, komt een lichte wash van light rust van MIG. Meer wordt er niet aangebracht omdat het om geen verroeste constructie gaat. Ook stof creĎren we door een tweetal pigmenten te mengen met elkaar, zijnde P028, Europe dust en P037, Gulf war sand. Enkele details op de muur zoals de elektrische bedrading worden aangebracht d.m.v. enkele stukjes plasticcard en wat koperdraad van verschillende diameters. Na het verkrijgen van een grondlaag schilderen we deze bedrading met Vallejo 950, black, en de verdeelkast met Vallejo 836, London grey. De kabelsteuntjes schilderen we met Vallejo 918, Ivory. De binnenkant van de lamp schilderen we met Vallejo 864, natural steel. Na montage van alle onderdelen volgt een lichte wash met raw umber. Na droging volgt een fijne mistnevel met Vallejo 939, smoke, en dit meer naar de hoeken en de bovenkant toe. Een technische tekst (Rauchen Verboten) wordt op de muur aangebracht dmv een sjabloon. De letters zijn in oud Gotisch schrift opgesteld en aangebracht met Vallejo 951, white. Nadien droging worden de letters lichtjes afgeschuurd met een fijn schuurpapiertje om vervolgens een fijne wash te krijgen van raw umber. Nadien worden de letters lichtjes bijgechipt met de basiskleuren van de bakstenen, dit om het te laten opgaan in het geheel.

De kisten die in de werkplaats staan zijn resin kisten met een mooie houtstructuur in verwerkt. Na opkuisen worden deze gespoten met Vallejo primer en nadien met Vallejo 821, German beige. Nadat deze kunnen drogen hebben worden de kisten ingelijnd met de dark wash van MIG. Daarna lichten we bepaalde structuren en de hoeken op met een mengsel van Vallejo 821, german beige, met Vallejo 819, Iraqui sand (50/50). Nadien lichten we nogmaals op met vallejo 819,Iraqui sand alleen. De olietonnen zijn resin en plastieken stukken die eerst worden voorzien van wat extra detail. Nadien worden de tonnen opgekuist en ontvet en krijgen ze een grondlaag van Vallejo primer. Nadien krijgen 3 van de 4 tonnen een donker gele kleur, Vallejo 978, dark yellow. De vierde krijgt een panzergrijze kleur, Vallejo 995. Nadat de basiskleuren zijn gedroogd kunnen we beginnen met plaatselijke filters te leggen. Hiervoor gebruiken we Mig’s The Filter, voor het dark yellow is dit P241, Brown, en voor german grey is dit P240, blue. Daarna kunnen we inlijnen met de dark wash van Mig. Om stof na te bootsen gebruiken we Vallejo 976, buff, zeer sterk verdund om goed in de hoeken en kanten te laten vloeien, let wel, dit gebeurt enkel aan de bovenzijden van de details van de tonnen omdat deze het stof opvangen. Nadien brengen we slijtage vlekken aan op willekeurige plaatsen omdat die tonnen stevig gebruikt werden aan alle kanten beschadigd werden. Hiervoor gebruiken we Vallejo 822, german black Brown, met de sponstechniek. Nadien kunnen we donkere ‘aflopers’ aanbrengen door de dark wash aan te brengen en onmiddellijk lichtjes af te wrijven zodat er subtiel een spoor ontstaat. Om subtiel een waas van roest te maken gebruiken we light rust effects van MIG om daarna met de standard rust effects van MIG enkele roestaflopers te produceren. Eveneens wordt een olieton gemaakt die aan de bovenkant is opengemaakt als afvalton. Hiervoor gebruiken we dikkere alufolie (verpakkingsmateriaal) die we bewerken met enkele fijne reepjes plasticcard. In de afvalton zitten enkele stukjes Evergreen die het afval voorstellen, dit samen met een vod gemaakt van miliput. Na de montage worden alle onderdelen gespoten met Vallejo grondverf. Nadien wordt de afvalton gespoten in een roestbruine basiskleur, zijn Vallejo 982, cavalry brown. Nadien spuiten we een blauwe kleur over de ton door eerst een haarlaklaagje aan te brengen. Voor de blauwe kleur gebruiken we Vallejo 962, flat blue. De haarlak weken we vervolgens los met warm water totdat er een sterk gebruikte ton overblijft. Nadien gaan we de ‘roestvlekken’ bijwerken met Vallejo 822, camou black Brown. Daarover volgt een wash van raw umber olieverf om nadien in te lijnen met een dark wash van MIG. Enkele kleine lichte ‘chips’ van blank metaal worden binnenin geschilderd met Vallejo 864, natural steel. Ook een tweetal stukjes afval worden met deze kleur gezegend. Om het roesteffect te vergroten op de ton zelf gebruiken we pigmentpoeder van MIG zijnde P230, old rust, P025, standard rust en P024, light rust, dit vermengd met wat water om fijn te kunnen afwerken op de al bestaande ‘chips’. Na droging fijn afwrijven met een droge borstel voor een ineen lopend effect. Na vernissen de rand met een carisma potlood afwerken. De vod schilderen we met Vallejo 992, neutral grey welke we vervolgens oplichten met Vallejo 918, Ivory. Om te schaduwen gebruiken voor de eerste 2 lagen Vallejo 992, neutral grey gemengd met 862, black grey om nadien met Vallejo994, dark grey te verfijnen. De laatste afwerking gebeurt met vallejo 862, black grey. De houten afvalplank in de ton schilderen we eerst met Vallejo 948, golden yellow. Nadien drybrushen we met olieverf raw umber om na droging enkele oplichtingen aan te brengen met Vallejo 948, golden yellow gemengd met Vallejo 918, Ivory op verhouding 3/1 en sterk verdund. Daarna afwerken met Vallejo 918, Ivory alleen. Deze bewerking geldt eveneens voor de twee houten latten die tegen de muur staan in de hoek van de loods.

De poorten van het gebouw schilderen we gelijk met de kleur van de vensters, zijnde Vallejo 970, deep green, waarbij nadien enkele stukken worden gehighlicht met enkele druppels Vallejo 891, intermediate green. Nadien volgt een Brown wash van MIG die de eerste verwering is. Om enkele ‘3D-chips’ te creĎren gebruiken we eerst Vallejo 891, intermediate green om nadien op selectieve plaatsen enkele chips te plaatsen van Vallejo 822, camo black Brown en Vallejo 941, burnt umber. Eveneens worden de eerste aflopers gemaakt met 941, burnt umber. De loopwielen van de poorten schilderen met Vallejo 64, natural steel. Na droging komen de washes aan bod; zijnde eerst light rustwash en daarna standard rust wash van MIG, ervoor zorgend dat de light wash meer doorloopt dan de standard wash om alzo een soort van 3D effect te verkrijgen in de ‘aflopers’. Nadien gebruiken we olieverf sap green met een klein beetje lamp black om de regensporen na te bootsen. Vernissen doen we om te verzegelen. Een werkbank en een werkplatfom met trap worden gemaakt van plasticcard en enkele stukjes PE-plaat. De werkbank zelf wordt eerst in zijn basis houtkleuren gezet. Daarvoor gebruiken we eerst Vallejo 821, German beige en daarbij gecombineerd Vallejo 948, golden yellow. Nadien wordt het geheel volledig gedrybrusht met raw umber olieverf. Dan kunnen we vervolgens inlijnen met een dark wash van MIG. Als dit gedroogd is kunnen we verder werken met het oplichten van bepaalde zones in het hout. Daarvoor gebruiken we Vallejo 821, German beige met Vallejo 819, Iraqui sand (50/50). Nadien deze opgelichte zone nog wat bij oplichten met Vallejo 819. Voor het oplichten van de beplanking geschilderd met Vallejo 948, golden yellow, gebruiken Vallejo 918, Ivory (3/1). Metalen onderdelen worden geschilderd met Vallejo 950, black, om nadien gedrybrusht te worden met Hum 53, gun metal. Enkel de binnenkant van de cilinder en de sleutels schilderen we met Vallejo 864, natural steel. Daarover volgt een lichte wash met dark wash van MIG. Na het vernissen kunnen we stof aanbrengen met poeders van MIG, daarvoor gebruiken we de combinatie P028, europe dust en P037, gulf war sand. Uiteraard ontbreken de nodige olievlekken niet welke wij opbrengen met Oil and grease stain mixture van MIG. Over de metalen onderdelen volgt een lichte potlood sessie. Het werkplatform schilderen we met Vallejo 978, dark yellow, als basiskleur. Nadien volgt een filter van the Sin Industries, P241 brown for dark yellow, enkel op de horizontale gedeelten, met aansluitend een dark wash van MIG om in te lijnen. Nadien drybrushen (de loopplaten van trap en stelling) en chippen van het geheel met een mengsel (50/50) van Vallejo 978, dark yellow en Vallejo 918, Ivory. Daarna kan men 3D chips aanbrengen met Vallejo 822, camou black Brown en Vallejo 982, cavalry Brown. De looplaten worden vervolgens gedrybrusht met Hum 53, gun metal. In de hoeken kan men dan een lichte wash aanbrengen van light rust van MIG. De sleutels op de platform schilderen we met Vallejo 864, natural steel, waarover dan een lichte wash van dark wash gelegd wordt. De vodden schilderen we met Vallejo 962, flat blue als basiskleur en lichten we op met Vallejo 837, sand light, schaduwen doen we met Vallejo 822, black Brown. Om het geheel van de vodden vuil te maken gebruiken we Brown wash van MIG, en daarna de oil and grease stain mixture van MIG. Uiteraard volgt een lichte potlood sessie met grafiet en silver over de details van de loopplaten.

De doek over de schroef dient voor de bescherming. Dit werd gemaakt van miliput en daarna geschilderd met Vallejo 988, khaki als basiskleur. Daarna lichten we op met een mengsel van Vallejo 988, khaki en Vallejo 837, sand light. Schaduwen doen we met Vallejo 822, black Brown. Een koord op de grond (resin) schilderen we met Vallejo 873, US field drab als basiskleur om nadien in te lijnen met een dark wash van MIG. Nadien oplichten met de drybrushtechniek met Vallejo 819, Iracy sand. Een reservewiel van een Fw 190 staat eveneens tegen de muur opgesteld om het geheel te vullen. Dit werken we af met een klein beetje PE. De slappe band werd verkregen door deze op te warmen met een haardroger. Daarna wordt het volledige wiel afgewerkt. De velg schilderen we met Vallejo 994, dark grey, de band in Vallejo-Panzer Aces 306, dark ruber. Nadien drybrushen we het geheel met Vallejo 992, neutral grey, dit zowel voor de velg als de band. De velg wordt nadien nogmaals fijn gedrybrusht met Vallejo 989, sky grey. Eveneens komen er een tweetal stalen platen tegen de muur te staan om het geheel wat meer kleur te geven. Dit zijn kleine stukjes PE-plaat die we op elkaar gelijmd hebben en nadien gespoten met Vallejo 994, dark grey. Nadien wordt een fijne haarlaklaag gelegd waarover dan Vallejo 973, light sea grey wordt gespoten. Hierbij gaan we secuur te werk om geen al te grote ‘vlekken’ te verkrijgen. Nadien verzegelen met klir. Na droging terug een laagje haarlak en daarna een laagje Vallejo 982, Cavalry Brown als basislaag voor de roest. Na droging terug afwrijven met warm water (eerder afdoppen) en een fijne slappe borstel, maar heel lichtjes zodat er eigenlijk een soort van kleurschakering ontstaat. Dan kunnen we de scheidingslijn tussen de beide platen accentueren met een dark wash van MIG. Daarop kunnen we de roestpigmenten nat aanbrengen zoals werd gebruikt op de afvalton. Nadien afborstelen voor een ineen lopend effect. Alle losse onderdelen worden daarna ingewerkt met stofpigment om het geheel te laten opgaan in de omgeving, daarvoor gebruiken we het mengsel van europe dust en gulf war sand. Eveneens staat tegen de muur een zaagmeelzak met borstel en schop om op de olievlekken te gooien. De zak zelf wordt geschilderd met Vallejo 988, khaki, opgelicht met een mengsel van Vallejo 819, iraqui sand en geschaduwd met Vallejo 822, black Brown. De schop en borstel worden scratch gemaakt met plasticcard en daarna geschilderd. Daarvoor gebruiken we Vallejo 948, golden yellow, daarna gedrybrusht met raw umber olieverf. Het metalen gedeelte van de schop schilderen we met Vallejo 950, black, nadien drybrushen met Hum 53, gunmetal. Een tweetal brandblussers maken het geheel af, eentje bestaat uit white metal en de andere uit PE met resin. Beiden worden met grondverf Vallejo bewerkt en nadien in hun respectievelijke kleuren gestoken. Voor het karretje gebruiken we Vallejo 977, dessert yellow. Beide flessen krijgen als basiskleur 982, calvary Brown waarover een laagje haarlak komt. Nadien volgt een laagje 992, neutral grey. Na droging brengen we een lichte wash aan van raw umber. Daarop volgt een rondje chipping met Vallejo 995, german grey waarbij de koperen onderdelen geschilderd worden met Vallejo 999, copper. Een kleine decal volgt op de manometer waarover dan een druppel cristal clear komt.

Figurines:

De figuren komen uit onze sparebox en worden geschilderd volgens de zenithal-procedure. Enkele kledingstukken worden geschilderd met Vallejo 816, luftwaffe uniform en opgelicht met 918, Ivory. Om te schaduwen gebruiken we Vallejo 862, black grey. Zwarte kledingstukken worden uiteraard geschilderd met Vallejo 950, black als basiskleur. Nadien wordt het zwart opgelicht met Vallejo 918, Ivory, dat sterk verdund wordt aangebracht. Schaduwen doen we dan met Vallejo 950, black, puur. Een enkele broek is een ‘witte’ broek. Daarvoor gebruiken we Vallejo 993, white grey als basiskleur. Eveneens wordt de kraag van de pilotenvest zo geschilderd en afgewerkt. Voor het verder oplichten gebruiken we puur wit, Vallejo 951, white. Voor het schaduwen maken we gebruik van Vallejo 990, light grey. Tevens worden de kentekens met deze basiskleur geschilderd. Voor de ‘waffefarbe’ gebruiken we Vallejo 953, flat yellow voor de ‘piping’, met daartussen het basiskleur van het uniform, zijnde Vallejo 816. Voor enkele lederen schoenen en de lederen gordel gebruiken we een mengsel van Vallejo 871, leather Brown met Vallejo 875, beige Brown, dit op verhouding 1/1. Nadien wordt dit opgelicht met Vallejo 876, Brown sand, schaduwen doen we met Vallejo 822, black Brown. De figuren worden op de logische plaatsen wat vuil gemaakt met Vallejo 874, US tan earth, en dit zeer sterk verdund aangebracht.


 

Agenda

Update Events - Update artikels