IPMS Gent modelbouwclub

Krupp Protz Kfz 69 met 37mm Pak

François Cnudde

BouwdoosKrupp Protz 6 x 4 en 37mm Pak type 35/36
MerkMatchbox
Schaal1/76
Documentatie


Box-art van de doos
Tamiya-news over de Krupp Protz
Schiffer Militairy History vol. 53, Krupp at War
Die Motorisierung der Deutschen Reichswehr 1920 – 1935, blz. 93-95
Dorfler, Lastkraftwagen der wehrmacht, blz. 101 – 107
Schiffer Militairy History, the 37mm Pak
WW II Wehrmacht vehicles, blz. 52 – 53, light gun’s

Techniek

  • Fabrikant: Krupp.
  • Type voertuig: L2H43.
  • Bouwjaar: 1933 – 1936.
  • Motor: Krupp M302, 4 cilinder boxermotor.
  • Boring x slag: 90 x 130.
  • Cilinderinhoud: 3308 cm³.
  • Cilinderdruk: 5,4/1.
  • PK: 60.
  • Voeding: 1 carburator Pallas HI 40.
  • Koeling: luchtgekoeld, geblazen.
  • Reikwijdte: 570 km.
  • Snelheid: 70km/h.
  • Bodemvrijheid: 255mm.
  • Brandstofverbruik: 18L/100km.
  • Brandstofvoorraad: 110L.
  • Gewicht leeg: 1000kg.
  • Nuttige last: 2000kg.
  • Kaliber kanon: 37mm.
  • Lengte kanon: 3,40 meter.
  • Wielbasis: 1,66 meter.
  • Gewicht in vuurstelling: 435kg.
  • Elevatie van het kanon: -5° tot +25°.
  • Reikwijdte: 60°.
  • Aanvangsnelheid van een pantsergranaat: 745m/sec.
  • Vuursnelheid: 16 schoten/minuut.
  • Bediening van het kanon: 5 man.

Geschiedenis van het model

De Krupp voertuigen zijn ontwikkeld in de periode van 1931 tot 1939 en werden gebruikt voor verschillende doeleinden zoals troepenvervoer, radiowagens, anti-aircraftvoertuigen en zoeklichtvoertuigen en uiteraard als trekker voor Pak’s. Dankzij zijn volledig onafhankelijke vering heeft de Krupp Protz een goed terrein eigenschap. Het ongewone model gaf de bestuurder een goed zicht. De Krupp Protz werd gebruikt op alle fronten in het Westen en Oosten.

De ontwikkeling van het 37mm Pak begon in 1933 bij Rheinmetall-Borig. Het is bewezen dat het kanon succesvol is geweest en het was een futuristisch model in zijn tijd. Het kanon had een sterk naar achteren leunend pantserschild van 5mm dikte. Het kanon had een hydropneumatisch systeem en had geen mondingsrem. Het kanon werd voor het eerst operationeel ingezet op het front van de Spaanse burgeroorlog, in 1936. Het was het standaardkanon voor pantserafweer in het Duitse leger. In 1940, bij het toenemen van de tankbepantsering, was het kanon met zijn penetratie van 43mm panster op ongeveer 400 meter, niet meer effectief. Om een betere gevechtswaarde te geven aan het kanon werden er pantsergranaten ontwikkeld (PzGr 40) alsook gevleugelde 37mm steelgranaten 41/42. Deze steelgranaten stak men vooraan in de loop en hadden een holle lading welke een 7 inch panster doorboorde op een afstand van ongeveer 200 meter. Het kanon werd tevens gebruikt op alle fronten totdat het sterk verouderd was in 1944.

De gedachte

De bedoeling van de bouw van deze oude modelkit, is de nostalgie die er achter schuilt. Iedereen kent de vroegere Matchbox-kits wel. Vandaar het idee om deze terug te bouwen met de (verf-)technieken van vandaag en uiteraard een beetje meer te detailleren zodat ze meer ‘zichtbaarder’ mogen zijn.

Bouw van het model

Gezien de ouderdom van het model (1978) moeten we hier geen hoogstaande giettechnieken verwachten. Veel van de details zijn veel te dik gegoten of helemaal niet aanwezig. Hierbij zullen we moeten tot scratchbuilding over gaan om het geheel een toch zichtbaar resultaat te geven.

Voor de Protz zelf volgen we gewoon het plan dat bij de kit aanwezig is en zo brengen we stap voor stap de detaillering aan. Starten doen we bij de uitbouw van de cabine. Hierbij brengen we pedalen aan, snijden we de opgegoten zeildoeken aan de zijkant weg en vervangen we deze door papieren doek gedrenkt in verdunde houtlijm. Een klein stukje aluminiumfolie dient om de bevestigingsriem te maken. Aan de voorruit monteren we een tussenschot welke aanwezig is aan de kant van de bestuurder. Aan de zijkanten van de cabine brengen we enkele PE stukjes aan, overschotten van andere modellen, die de uitklapbare knipperlichten moeten voorstellen. We brengen in de cabine enkele hendels aan welke de verschillende versnellingpoken en handrem moeten voorstellen. Aan de motorkap brengen we enkele stukjes PE aan die de scharnieren moeten voorstellen. Ter hoogte van de voorruit brengen we met enkele overschotjes PE en wat koperdraad enkele ruitenwissers aan. Deze worden in de voorruit ingeboord zodat ze stevig vaststaan.

Aan het chassis gebeuren de meeste veranderingen. De basis werd gewoon gebouwd volgens plan. De uitlaat ontbreekt in de kit. Deze wordt volledig gescratcht met evergreenstrips versterkt met koperdraad binnenin, om het geheel stevig te maken. Uiteraard is het uiteinde van de uitlaat uitgeboord met een boortje van 0,5 mm. Tevens werd een stuurstang voorzien, dit gescratcht met getrokken sprue en stukjes evergreenstrip. De opstappen ter hoogte van de cabine worden voorzien van stukjes aluminiumfolie voorzien met detail van metaalplaten. Eveneens werden de breedte-indicatoren opgebouwd door middel van overschotjes PE. Tevens werd een pennanthouder gemonteerd. De stootbumper vooraan was uiteraard te dik gegoten en werd volledig vervangen door een PE exemplaar met een nummerplaathouder uit koperfolie.

De lichten gaven te weinig detail, doch werden voorzien van een afdekdoek, dit volgens referentiefoto’s. Ook de trekhaak werd vervangen door een koperdraad. De laadbak werd gewoon gebouwd volgens plan. Echter werden nadien de opgegoten gereedschappen weggewerkt en de laadbak terug bijgewerkt (inkrassen van de houten planken, enz).

De gereedschappen zelf worden vervangen door eigen exemplaren en stukken PE. Alles wordt voorzien van beugels, dit steeds volgens referentiefoto’s. De gereedschappen zijn een schop, een pikhouweel en een bijl. Bijl en pikhouweel zijn resinstukken, de schop is een PE stuk. De stelen aan het gereedschap is evergreen. Tevens wordt aan de zijkanten van de laadbak detail aangebracht, dit in de vorm van haken en steunen. De nummerplaat wordt vervangen door een exemplaar in koperfolie. Beugels voor het dekzeil worden aangebracht in stevige koperdraad, geplooid volgens het meegeleverde plastieken afdekzeil. De bedoeling is om een dekzeil te maken met putty. De binnenkant van de laadbak wordt niet gedetailleerd daar het zeildoek volledig dicht zal zijn en geen direct zicht naar binnen zal zijn.

Zoals al beschreven, wordt het zeildoek vervaardigd uit Milliput, de fijne versie (witte kleur). Dit wordt behandeld zoals men een brood zou kneden, maar in plaats van bloem te gebruiken, gebruiken we talkpoeder. De milliput wordt zeer fijn uitgerold en daarna volgens het plastieken model uitgesneden. Daarna over de laadbak hangen en bijwerken, desnoods met een fijn penseel met water totdat men tevreden is over het resultaat. Miliput is goed bewerkbaar met water en houdt het droogproces wat tegen zodat men kan verder modelleren totdat men tevreden is van het resultaat.

Ook het Pak-kanon ontsnapt niet aan de detaillering. Het chassis wordt gebouwd volgens het plan en terstond bijgedetailleerd waar nodig. Zo werden aan de schoppen, de handvatten in koperdraad aangebracht, een sluiting aan de schoppen welke tijdens het transport werd gesloten. Op de ‘armen’ van het kanon worden enkele kleine details aangebracht zoals de poetsstokken met hun respectievelijke beugels.

Ter hoogte van de wielen worden enkele hendels aangebracht, dit allemaal volgens referentiefoto’s. Eveneens worden de draaihendels voor de bediening van het kanon onder handen genomen, zo wordt een hendel voorzien van een handvat en een drukknop tot afvuren. Zo wordt tevens het kanonschild onder handen genomen. Daarop worden de naden aangebracht welke het bovenste gedeelte van het schild naar beneden kan klappen.

Daarbij worden eveneens kleine stukjes koperfolie aangebracht welke de scharnieren voorstellen. Aan de binnenkant van het schild wordt een kleine opbergdoos gemaakt waarin de optiek tijdens het vervoer werd in weggestopt. Eveneens werden steunen voor het schild voorzien welke naar de basis van het kanon loopt. Onderaan het kanon zelf wordt een kleine draaibeugel gemaakt met restjes plastic-card. Over de kulas van het kanon wordt een doek gemaakt met papier en verdunde houtlijm. De loop van het kanon wordt uitgeboord. De wielen worden aan de binnenkant voorzien van een ophoging zoals te zien is op referentiefoto’s, dit wordt vervaardigd met plasitc-card.

Beschildering van het model

Nadat het model is gereinigd met water en zeepsop brengen we een fijne grondlaag aan met Vallejo grijze primer. Deze is normaal spuitklaar (de air-versie), doch dienen we de grondverf toch lichtjes te verdunnen met destilleerd water en met toevoeging van wat glansvernis. Nadat dit is gedroogd, ongeveer 24 uur, brengen we een fijne preschaduw aan met Vallejo zwart, V950.

Vervolgens brengen we het basiskleur aan zijnde Vallejo 995, german grey, in lichte lagen aan zodat de preschaduw nog doorschijnt. Om de grotere vlakken op te lichten gebruiken we bij het basiskleur Vallejo 995 een beetje Vallejo 962, flat blue en Vallejo 951, wit aan toe en dit in de verhouding van 3 op 1 + 1, zodat een lichtere basiskleur ontstaat. Dit wordt fijn aangebracht zoadat het lijkt dat de grotere oppervlakten zijn zongebleekt. Telkens wordt bij het spuitklare mengsel een druppel of 3 blinkende vernis, Vallejo 510, aan toegevoegd om het mengsel gemakkelijker te kunnen verstuiven en zodat een semi-blinkende laag ontstaat, eigen aan metalen. Na droging wordt een laagje Klir aangebracht om de basislagen te beschermen. Nadien wordt aan de buitenzijden, zowel achteraan als vooraan, witte strepen aangebracht, dit voor de betere zichtbaarheid ’s nachts. Hiervoor gebruiken we Vallejo 951, wit, voor. Dit brengen we aan met de borstel, doch in die mate dat de verf sterk verdund is en zo geen wrijfsporen meer achterlaat. Eveneens worden de bolletjes van de breedte-indicatoren in het wit geschilderd.

Na droging kunnen we beginnen met het opleggen van een fijne filter van ‘The Sin Industies’, daarvoor gebruiken we de blauwe versie voor panzergrijs. Nadat dit heeft kunnen drogen kunnen we denken aan het inlijnen van het model met dark wash van MIG. Al deze bewerkingen dienen wel te drogen voor een tijdsduur van 24 uren. Nadat dit ook heeft gedroogd, brengen we een fijne laag dark wash aan over gans het model, toch het gedeelte dat bestaat uit metaal. Na een kleine droogtijd van 10 à 15 minuten kunnen we beginnen met het overgrote deel weg te vegen met een propere borstel lichtjes nat gemaakt met thinner. Daardoor kan men vuilstrepen creëren onder de aanwezige details. Ook dit dient 24 uren te drogen.

Nadien kunnen we beginnen met het aanbrengen van ‘chips’. Hiervoor gebruiken we Vallejo 991, dark sea grey. Dit om een lichtere variant te verkrijgen van de basiskleur. Daarop, of beter, daarin (in de chips) kunnen we dan verschillende kleinere chips aanbrengen van roest en donkerder metaal. Dit kunnen we simuleren met olieverf raw umber en burnt umber. Dit wordt aangebracht in verschillende mengsels zodat er geen enkel ‘chip’ gelijk is, en zo meer variatie in zit. Eveneens worden de wielen onder handen genomen. Deze worden gewasht met dark wash van MIG en daarna gedrybrusht met dark seagrey, Vallejo 991. Na droging worden de wielbouten extra geaccentueerd met verdunde Vallejo 991.

Als dit eenmaal is beëindigd kunnen we denken aan het aanbrengen van zeer lichte roestaflopers (heel licht, daar het voertuig nog ‘jong’ is). Hiervoor gebruiken we pigmentpoeders van Mig, namelijk P024, light rust, die we verdunnen met een paar druppels water totdat je een mengsel krijgt die doorzichtig is. Dit brengen we aan met een heel fijne borstel, rekening houden met het feit dat aflopers naar beneden gaan in de richting van de ‘loop’ van het water.

Eveneens wordt voorzien in wat opgespatte modder. Hiervoor gebruiken we plaatselijke washes van Vallejo 983, flat earth en Vallejo 874, tan earth. De banden krijgen een basiskleur van Vallejo’s Panzer Aces, 306, dark rubber. De washes worden ook op de wielen aangebracht zodat deze in de groeven terecht komen.

Tevens wordt er voor gezorgd dat er wat restmodder aanwezig is op het voertuig. Dit maken we met een mengsel van zand, wat acryl resinverharder van Mig en pigmenten P028, europe dust en P033, dark mud. Aanbrengen doen we met een oude borstel en een tandenstoker. Na het vernissen brengen we droge MIG pigmentpoeders aan zijnde, P232, dry mud; P028, Europe dust en P037, gulf war sand. Dit mengen we verschillend door elkaar en brengen we droog aan op de onderzijde van het voertuig en kanon. Verzegelen doen we met aanstekerbenzine. Zo ziet het er stoffig uit.

Het afdekzeil wordt vervolgens gespoten met Vallejo 873, field drab, in zeer lichte lagen zodat de preschaduw nog doorschijnt. Om het geheel op de hogere plaatsen op te lichten gebruiken we bij het basismengsel wat Vallejo 837, sand light. Bijwerken van het dekzeil gebeurt door gebruik te maken een brown wash van MIG productions. Die brengen we op en vegen daarna af met een propere borstel zodat er vuile regensporen ontstaan.

Eveneens worden de andere stoffen (zeildoek) onderdelen, van de kulas op het kanon, ook in het basiskleur Vallejo 873 geschilderd en opgelicht met Vallejo 837. Schaduwen doen we met Vallejo 822, zwartbruine kleur.

De uitlaat wordt in zijn basiskleur Vallejo 871,leather brown, geschilderd. Na het vernissen van het model krijgt de uitlaat zijn roest/stoffig uitzicht door gebruik te maken van pigmentpoeders. Hiervoor gebruiken we standard rust P025 en light rust P024, die we gemengd aanbrengen, kwestie van subtiele kleurnuances te verkrijgen. Ter hoogte van de uitlaat zelf, het gat, komt een klein beetje black smoke P023 om de roetuitstoot te simuleren.

De houten delen op de vrachtwagen zoals de stelen van het gereedschap, worden eerst gescjhilderd met Vallejo 948, golden yellow. Na droging krijgen de stukken een laagje olieverf raw umber opgelegd die kort dient te drogen. Na een korte droogtijd, wrijven we de meeste verf er weer terug af met een propere platte borstel. Daarbij worden de metalen onderdelen van het gereedschap eveneens van een zwarte basiskleur voorzien. Daarop kan men dan een mengsel aanbrengen van raw umber olieverf met een klein drupje zilververf van Humbrol, nummer 11. Bij dit drybrushen dient men er voor te zorgen dat de borstel zo goed als verfvrij is, anders wordt het effect te veel. Na droging krijgen de randen een zeer fijne kleuring met een grafietpotlood om het blanke metaal voor te stellen.

De riemen aan het gereedschap van de vrachtwagen, en op het kanon, wordt vervolgens geschilderd met Vallejo 880, khaki grey, als basiskleur. Het oplichten van de riempjes gebeurd met Vallejo 837, sand light, het schaduwen gebeurd met Vallejo 822, zwartbruin.

De binnenafwerking van het model wordt verzorgd volgens de documentatie, zijnde de zetels in basiskleur zwart, Vallejo 950, alsook de koppen van de verschillende hendels en poken aanwezig in de bestuurderscabine. Nadien worden deze licht gedrybrusht met raw umber olieverf. De ruitwissers worden geschilderd in het zwart, Vallejo 950.

Nadat alle onderdelen zijn beschilderd en afgewerkt, overspuiten we het geheel met een lichte nevel van buff, Vallejo 976, om een eerste stoflaag te bekomen.

Het kanon krijgt eenzelfde behandeling als het voertuig zelf, zoals hierboven volledig beschreven. Enkel voor de onderdelen welke vervaardigd zijn in koper/brons krijgen een kleurtje van vallejo 998, bronze. Afwerken gebeurt met oil and grease stain mixture van Mig. Waarom brons gebruiken voor deze onderdelen, wel omdat dit bij buitendienst nogal donker uitslaat van de oxidatie, vandaar nemen we de bronskleur, daar deze donkerder is dan koperkleur zelf. Op één van de draaihendels staat een drukknop om de granaat af te vuren. Volgens onze documentatie is dit rood. Vandaar schilderen we deze met vallejo 957, flat red.

De houten onderdelen op het kanon krijgen een basiskleur van Vallejo 821, german beige camo, die nadien verder bewerkt worden, eerst een wash en daarna een drybrush, met een mengsel van sepia en raw umber (olieverf) om een schaduweffect te creëren. Nadien kunnen we oplichten met een mengsel van Vallejo 821, german camo beige, en met Vallejo 819, iraqui sand, om een mooi houteffect te verkrijgen. Het oplichten gebeurd met de ‘chip-methode’ om meer controle te verkrijgen op het zetten van de oplichtingen. Enkel het uiteinde van de loop wordt met blacke smoke P023 behandeld om de roetafzetting te simuleren.

Nadat alle bewerking zijn beëindigd kunnen we het geheel met een mat vernis, Vallejo 520, overdekken om alles te beschermen. Dit doen we voor het aanbrengen van de pigmentpoeders. Poederen doen we achter het vernissen omdat anders het stoffige effect van de poeders verloren gaat. Het loopvlak van de wielen krijgt eenzelfde behandeling van de straat, zijn een mix van Pig poeders P232 met P037 en P030. Voor het stoffig maken op de horizontale vlakken gebruiken we P027.

In de vrachtwagen leggen we op de passagierszetel enkel een details in de vorm van wegenkaarten die we vastlijmen met doodgewone papierlijm. Daar het papier wat te wit is brengen we een fijne wash aan van Vallejo 822, brown black om het wat te verouderen.

Het diorama

Voor het samenstellen van het diorama gebruiken we niet het bijgeleverde dioramaplaatje van Matchbox. Hierbij gaan we zelf een dioramabasis maken, doch geïnspireerd op het originele grondje. De basis zelf bestaat uit een kleine houten fotokader welke wordt ontdaan van zijn verf, zijn glas. De houten achterkant wordt vervolgens vastgelijmd aan het kader. Daarop snijden we enkele stukken isolatieschuim totdat we een ruwe vorm hebben zoals ons grondje eruit moet zien. Dit wordt vervolgens afgewerkt met balsahout en daarna gekleurd met meubelvernis.

Een stukje straat nemen we van bij de treinmodelbouw. De stenen zien er beter uit dan bij het originele dioramaplaatje, deze waren te groot voor het model. Uit de straat wordt een gat gesneden welke een inslag van een granaat moet voorstellen. De zijkanten van het diorama worden afgewerkt met balsahout en vastgezet met houtlijm. Na droging worden de zijkanten nog wat opgeschuurd om het geheel afgewerkt te laten uitzien.

Daarna wordt een papje gemaakt van verschillende soorten zand, kleine steentjes, Polyfilla opvulmiddel, een beetje Mig acryl rersin en met water verdunde houtlijm. Om dit geheel zijn kleur te geven gebruiken we pigmentpoeder van Mig, zijnde PO33, dark mud en PO34, russian earth. Dit geheel wordt vermengd met elkaar en daarna met een kleine spatel aangebracht op het diorama. Hierop kunnen we dan beginnen met het oplichten van de details die in de ‘aarde’ zitten. Hiervoor gebruiken we Humbrolverf daar dit beter is om te drybrushen. We gebruiken dark earth, Hum 29, light earth, Hum119, dessert yellow, Hum93 en cream, Hum 103. Dit laatste brengen we heel lichtjes aan zodat er zeker geen overdaad is.

De straat wordt vervolgens gespoten in de grondverf, samen met het voertuig, dus met Vallejo primer. Daarna krijgt de straat een basislaag met V977, dessert yellow, welke duidelijk naar de voegen is gericht. Wanneer dit is gedroogd kunnen we de basiskleur van de straatstenen aanbrengen door middel van een ‘natte’ brush (met meer verf aan de borstel dan drybrushen, maar er dan opletten dat er niet te veel verf aanhangt zodat de onderliggende voegen niet geverfd worden). Daarvoor gebruiken we enamelverf van Humbrol, zijnde 67, panzergrey.

Nadat dit is gedroogd kunnen we de straatstenen hun verschillende basiskleuren geven zijnde Vallejo 821, german beige camouflage, 870, medium sea grey, 994, dark grey en 826, medium brown. De koppeling tussen de straat en de aarde/graskant wordt verzorgd door een fijne wash van Vallejo 983, flat earth. Daarna wordt de overgang verzacht door een tweetal washes van Vallejo 874, tan earth en Vallejo 819, iraqui sand. Na het vernissen van het diorama worden de stofpoeders boven gehaald. Hiervoor gebruiken we naar de kanten van de weg toe een donkerder geheel zijn P028 met P232. Naar het midden toe gebruiken P232 met P037. Dit mengsel wordt vervolgens nogmaals opgelicht met P030 welke lichtjes en op verschillende plaatsen in het midden wordt opgebracht. Verzegelen doen we met aanstekerbenzine.

Op het diorama komt een telefoon -/elektriciteitspaal te staan gemaakt volgens referentiefoto’s uit die tijd (1940). Hiervoor gebruiken we een stokje van een saté welke in twee stukken wordt gesneden. Dit wordt geplaatst volgens foto’s en daarna gelijmd met verdunde houtlijm. Het stuk waarop de isolatoren staan wordt gemaakt uit een overschotje van PE. De isolatoren zelf zijn vervaardigd uit Evergreen. Op de paal zelf worden enkele kleine details aangebracht met stukjes plastic-card, de verschillende bevestigingen van de palen. Vervolgens wordt de paal mee gespoten in de grondverf. Daar de houten paal altijd buiten staat in weer en wind dient deze grondig verweerd te worden en is het hout ‘oud’ geworden. Daar hout sterk verweerd naar het grijs toe dienen we hiermee rekening te houden bij het schilderen. Daarvoor gebruiken we Vallejo 989, sky grey, 883, silvergrey, 874, us tan earth en 872, chocolade bruin.

Die kleuren komen op één palet terecht en wordt met dezelfde borstel op het hout geschilderd, mengen van deze verfsoorten gebeurd op het palet zodat er verschillende kleuren ontstaan. Na droging gebruiken we sepia olieverf om heel sterk verdund de groeven/nerven van het hout te accentueren. Dit dient zeker 24 uren te drogen. Nadien gebruiken we, heel sterk verdund, terug Vallejo 883, silvergrey, om wat verder te accentueren en het hout te verouderen.

De metalen onderdelen op de elektriciteitspaal worden vervolgens geschilderd met Vallejo 872, chocoladebruin om daarna af te werken met pigmenten van MIG. Voor de pigmenten gebruiken we P230, old rust, P025, standard rust en P024 light rust. Deze pigmenten worden vervolgens op één palet gebracht en onderling met elkaar vermengd en verdund met een druppeltje water, om alzo geschilderd te worden op de metalen onderdelen. Op het einde van dit werkje gebruiken we een ‘afgewreven’ borstel om wat lichte roestaflopers te creëren onder de metalen gedeelten. De metalen lat zelf word geschilderd met Vallejo 950, zwart, om zo een afgebladerd effect te verkrijgen. Of verfslijtage te verkrijgen brengen lichtjes enkele stippen Vallejo 995, german grey, aan, die de overgang maakt naar het verroeste gedeelte.

De isolatiepotten bovenop de metalen lat worden geschilderd in het wit, Vallejo 951. Eveneens wordt rond de paal die het dichtst bij de straat staat een witte band geschilderd die bedoeld is om ’s nachts een betere ‘begeleiding’ te hebben bij het berijden van de weg.

Ter hoogte van de weide staan enkele kleine houten paaltjes die de prikkeldraad houden, opgesteld. Ook deze worden geschilderd en verouderd volgens de methode hierboven vermeld om de telefoonpaal te schilderen. Enkel wordt er een lichte wash van sapgreen overgelegd om een nog meer verweerd uiterlijk te verkrijgen. Hiervoor gebruiken we acrylverf die sterk is verdund.

Daarna wordt de prikkeldraad aangebracht (PE), lijmen doen we met secondenlijm. Vervolgens wordt de prikkeldraad geschilderd met Vallejo 950, zwart, om daarna een drybrush te krijgen van een mengsel van Humbrol 53, gun metal, met Humbrol 62, mat leather, dit om een roestig uitzicht te bekomen. Na droging krijgt het prikkeldraad nog een roestige behandeling met MIG pigmenten. Hiervoor gebruiken we weer onze bovenvermelde pigmenten, PO24 – PO25 en P230. Deze worden terug onderling met elkaar vermengd totdat we een vuil roestig kleur verkrijgen, die we verdund met veel water, aanbrengen op de draad en onder de draad op de paaltjes om afgelopen roest te verkrijgen.

Om de begroeiing op het diorama te maken, maken we gebruik van verschillende soorten strooimaterialen die op de markt zijn, alsook de stukken van Mininatur. Daar er een kleine gracht op het diorama te vinden is, dienen we deze aan te kleden met begroeiing rond en in de gracht. Dit maken we aan de hand van los strooimateriaal die we sorteren met verschillende grootte en samen lijmen met een klein beetje houtlijm aan de onderkant. Hiervoor gebruiken we een oude tegel waarop we wat houtlijm leggen waarin dan ons ‘gras’ ingelegd wordt. Nadien kunnen we dan schikken om de gracht aan te kleden. Tevens wordt in de gracht een tweetal kleine dode takken gelegd.

Beginnen doen we met de grotere grastoefen om vervolgens te kunnen eindigen met de fijne strooigrassen. Aanbrengen op het diorama doen we met verdunde houtlijm. Uiteraard brengen we verschillende soorten grassen aan welke een ander basiskleur hebben zodat later bij de beschildering andere kleuren ontstaan zodat het geen egale oppervlak betreft. De hoge grastoefen krijgen een basisbehandeling met olieverf. Hiervoor gebruiken we sap green en raw umber in een onderlinge verhouding.

Dit dient om de schaduw in de hogere grassen te bekomen. Daarna kunnen we beginnen met het brushen van het gras, eerst met olieverf sap green puur. Daarna kunnen we overgaan tot het mengsel sap green met gele oker totdat men met zuivere gele oker drybrusht. Daarbij lettend op het steeds fijner aanbrengen van de drybrushes om de bovenliggende grassen op te lichten. Om te eindigen nemen we een mengsel van gele oker met napels geel donker en brengen dit heel zachtjes aan om enkele schakeringen te hebben in het groene gras. De rietstengels in de gracht krijgen aan de bovenkant een kleine verdikking met kristal clear die daarna bruin, Vallejo 872, worden geschilderd.

De dode takken in de gracht krijgen een basiskleur van sterk verdunde Humbrol 98, chocoladebruin. Daarna wordt een wash van raw umber over de takken gelegd. Na droging van deze wash kunnen we met olieverf ( raw umber, gele oker en titaanwit) een eerste laag drybrushen, wat het kleur geeft van rottend hout. Nadien gebruiken we terug onze olieverf (deze maal raw umber met lamp black en een heel klein beetje titaanwit) om de tweede kleur op te zetten, wat dan een donker bruin – grijze kleur geeft. Nadien wordt er heel fijn en zeer lichtjes overgegaan met titaanwit om de details te accentueren. In de gracht brengen we lichte gedeelten aan die nog nat of vochtig zijn. Daarvoor gebruiken we wet effects van Mig in verschillende lagen.

Uiteraard mag een kleine afleiding in de vorm van een dier niet ontbreken op het diorama. Dit brengt veel meer leven op het diorama. We hebben gezorgd dat er een koe aanwezig is op het diorama die maar al te nieuwsgierig is en komt kijken naar wat er gebeurt. De koe is een onderdeeltje van uit de spare-box en is afkomstig van het merk Preiser. De koe wordt ontdaan van de bramen en daarna gespoten in de grondverf, vallejo primer, met verschillende fijne lagen.

Na droging wordt de basiskleur van de koe wit, vallejo 951, die wij aanbrengen met verschillende fijne lagen. Na droging wordt op de koe een laag klir geborsteld om de witte grondlaag te beschermen voor de verdere behandelingen die komen. Daarop worden de zwarte vlekken geschilderd met de hand, met Vallejo 950, zwart. Na het bestuderen van foto’s over koeien valt op dat de neus/mond combinatie een licht rozige kleur heeft (naar het zalmkleur toe). Hierbij maken wij deze verf zelf dmv een mengsel van Vallejo basic skin tone, 815, te mengen met roze, 958. Dit wordt sterk verdund opgebracht in fine laagjes.

De hoeven en het uiteinde van de staart krijgen dezelfde kleur, doch in die mate dat de staart een lichte washverkleuring krijgt en de hoeven de volledige laag. Hiervoor gebruiken we Vallejo 876, brown sand. Uiteraard worden de hoeven en het uiteinde van de staart bijgewerkt met Vallejo 983, flat earth. Schaduwen doen we met Vallejo 822, zwartbruin. Nadien krijgt de koe enkele lichte washes met raw umber olieverf om ze wat vuiler te maken. Na droging krijgt de achter kant van de koe wat donkergroene verf op gewasht, Vallejo 896, om wat opgedroogde strontresten voor te stellen. Na het vernissen met matte vernis, Vallejo 520, brengen we op de ogen blinkende vernis, Vallejo 510. Op de mond nemen we satin vernis zijnde Vallejo 522.

Het figuurtje is er eentje vanuit de sparebox en is afkomstig van Preiser. Het is prachtig gesculpteerd. Dit wordt ontdaan van de bramen en zeer weinige flash die aanwezig is. Na het opkuisen wordt het figuurtje meegespoten met een grondlaagje. Na droging kunnen we overgaan tot het schilderen van de huidskleuren. Daarop volgt de kledij waarbij men er rekening dient bij te houden dat het kledij is dat aan het begin van de oorlog is gebruikt. Voor de basiskleur gebruiken we voor de vest Vallejo 920, german uniform, en voor de broek en de pet, Vallejo 866, greengrey.

Beiden worden opgelicht met Vallejo 815, basic skintone en geschaduwd met Vallejo 822, zwart bruin. Voor de adelaar op de vest gebruiken we Vallejo 883, silvergrey. De epauletten op de schouders worden geschilderd met Hum 91, zwartgroen met een roze, Vallejo 958, het randje voor de gemotoriseerde troepen. De haarkleur van het figuurtje is bruin, Vallejo 984. De schoenen en het riem worden geschilderd met Vallejo 950, zwart en opgelicht met basic skintone, Vallejo 815. Op de broek, op de onderkant, en op de schoenen brengen we een lichte wash aan van flat earth, Vallejo 983, om het vuil voor te stellen.

Na het vernissen worden de metalen onderdelen onder de hand genomen met een carisma potlood, grafiet. Eveneens word er wat stof op de onderkant van het figuurtje gebracht, dit betreft een mix van Mig poeders P232 met P037.


 

Agenda

Update Events - Update artikels