IPMS Gent modelbouwclub

Een grote Kever

Erwin Bovyn

ModelVW type 87 DAK
MerkItaleri
Schaal1/35
soort Injection moulded
Verf Humbrol, Vallejo, MIG products
Accessoiresscratch
Evergreen products
CMK VW engine
Eduard PE set
Documentatie“Volkswagen Military Vehicles of the Third Reich” by Blaine Taylor
Military Miniatures, “Modeler’s Special Edition Guide to the Kübelwagen”
“Afrika Korps” by Bruce Quarrie, Airfix Magazine Guide 12
“Afrika Korps”, Squadron Signal Publications

Geschiedenis

In vorige beschrijvingen over de bouw van enkele VW modellen heb ik reeds uitleg gegeven over het ontstaan en de groei van deze wagen bij het begin van WO2. Het feit dat één der Käfers ontworpen werd met het oog op gebruik in de woestijn is Italeri niet ontgaan en vermits het Afrikakorps toch tot de verbeelding spreekt kon er maar beter een model aan gewijd worden

Dit model van het zogenaamde type 87 is in feite gebaseerd op het ontwerp van een type 82; een Käfer gemonteerd op een 4x4 chassis bestemd voor de Kübelwagen. Deze versie van de Kübelwagen werd nooit gerealiseerd; de VW type 82 werd slechts gebouwd op enkele exemplaren. De echte Käfer typ 87 heeft echter wel bestaan doch deze kan niet rechtstreeks uit de kit gebouwd worden niettegenstaande men dit wel laat uitschijnen

In het boek “Military Miniatures, Modeler’s Special Edition, Guide to the Kübelwagen” staan, behalve beschrijvingen van conversies voor Kübelwagens, ook conversies voor Käfers en het is hier dat duidelijk beschreven staat wat er moet gewijzigd worden om een echte Typ 87 te bouwen. De hiernavolgende bouw, inclusief het gebruik van de Eduard PE set, is hierop gebaseerd met uitzondering van het aanbrengen van een motor in deze kit. Ik kocht deze motor 2de hands op Ebay voor 5 € en vond dat ik deze kans niet mocht laten voorbijgaan.

De Kit

De leden van IPMS Gent weten ondertussen dat ik in het bezit ben gekomen van een 400-tal reeds vervaardigde maquettes op schaal 1/35. Deze zijn afkomstig van een ons onbekende overleden modelbouwer en, via een ander lid, kregen wij de optie om de modellen op te halen. Indien we dit niet deden zouden zij in de vuilbak beland zijn en dat is altijd zonde.

Tussen al deze modellen stak één Käfer en afgaande op de gerecupereerde bouwplannen bleek het dus te gaan om de Italeri kit. Het model was slecht gebouwd, te dik geschilderd en viel bijna uiteen. Na de beslissing om dit model nieuw leven in te blazen verdween het in de zak met ovenreiniger waarna alle stukken gedemonteerd en opgekuist werden. Het model was voorzien van de Krönprinz ballonbanden doch in de eveneens gerecupereerde spares box vond ik de terreinbanden terug welke op hun beurt opgekuist werden.

Het gebruik van de eerst voorziene Krönprinz banden noodzaakte de verwijding van de wielkassen. Het chassis en de algemene carrosserie werden ongemoeid gelaten doch tussen de “body” en de wielkassen laste men een stuk metaalplaat in. Ten einde dit te bekomen moeten we echter eerst beginnen met het wegzagen van de wielkassen en treeplanken aan beide zijden. Nadat dit gedaan was besloot ik (gelukkig) om de bijkomende set met de motor eens te bekijken in hoeverre deze zou passen. Ramp !! De set is bestemd voor de CMK kit en past helemaal niet op het Italeri model. Ik diende bijgevolg de binnenzijde van beide spatborden, het motorcompartiment en het tussenschot volledig weg te snijden. De bekomen opening maakt al vlug duidelijk dat ik eerst en vooral een deel van het resin motorcompartiment zal moeten verlijmen alvorens aan de spatborden te beginnen. We moeten er immers voor zorgen dat de kit zijn sterkte behoudt.

De Motor

De resin motor is een kleine bouwdoos op zichzelf. Na opkuis van de stukken worden deze best enkele malen gepast zonder lijm te gebruiken en wordt het bekomen resultaat het best vergeleken met de foto op de doos. Het bijhorende bouwplan voldoet mijn inziens niet en de meeste problemen worden gevormd door de aanhechting van de motor met de PE onderdelen zoals het basisvlak. Slechts door grondige bestudering van de foto op de cover van de box is de juiste plaatsing achterhaalbaar. Een minpunt voor CMK. Eenmaal alles toch ineen stak bracht ik met koperdraad nog de bougiekabels aan alsook enkele klemmen. Het geheel werd geschilderd in zandkleur en zwart en voorzien van een drybrush aluminium. Een licht zwarte wash in het motorcompartiment zal aangebracht worden alvorens de body zal verlijmd worden. De motor wordt vervolgens ingebracht in het chassis en het geheel wordt bijgewerkt tot een degelijk resultaat bekomen wordt. Een ander stukje PE wordt aangebracht aan de onderzijde van het motorcompartiment dat deel uitmaakt van het chassis. De uitlaat wordt achterwege gelaten tot het einde.

De Spatborden

Na het inbrengen en verlijmen van de motor is het tijd om de spatborden opnieuw aan te brengen; ditmaal in hun brede uitvoering. Tussen het chassisgedeelte en de afgezaagde spatborden voorzie ik aan beide zijden een strip van 4 mm. Deze strip wordt vervaardigd uit plastiekkaart en uit het metaal van een theelichtje. Alles wordt verlijmd met superlijm en daarna voorzien van een laag Revell putty gevolgd door white putty. Hierna begint het o zo vervelende schuurwerk tot een degelijke afwerking. Voor de finesse gebruikte ik Vallejo putty. Het aanbrengen van een laag witte grondverf brengt de laatste fouten naar voren en pas nadat alles werkelijk glad is kan de verdere bouw plaatsvinden.

De Ophanging

Ik wens pas nu over te gaan tot het uitbouwen van de ophanging om reden dat ik het haat om een werk uit te voeren dat naderhand nutteloos kan blijken. Indien de bouw en plaatsing van de motor zou mislukken kan steeds teruggevallen worden op de bouw van een model met gesloten motorkap. Indien de bouw van de spatborden echter zou mislukken dan is er geen ander alternatief meer dan de afgezaagde stukken opnieuw te verlijmen tot het gewone model uit de kit. Indien de ophanging echter totaal zou mislukken dan moet ik geen moeite meer doen met de verdere afwerking van het voertuig. Bredere spatborden betekent ook de verwijding en versteviging van de assen waarbij dus wat inventiviteit zal aan te pas komen. Aanvankelijk dacht ik gebruik te maken van Evergreen rod maar gezien de beide assen aan elke kant moeten verlengd worden en tevens toch het bijkomende gewicht moeten dragen van de met putty bewerkte verbrede wielkassen zocht ik mijn toevlucht tot het gebruik van een holle koperen buis van 3mm diameter. Eens afgezaagd op lengte wordt deze ingebracht tussen het chassisstuk en het stuk waarop de wielschijven op moeten bevestigd worden. Deze wielschijven vormden een probleem op zich vermits deze nog verlijmd waren in de Krönprinz banden. Enkele nachten in de diepvriezer leverde geen resultaat op waardoor ik een andere oplossing diende uit te werken.

Het probleem met de verbrede ophanging is het feit dat de assen verlengd moeten worden doch de kever was niet voorzien van één as alleen. Vanuit de transmissie vertrekt een as naar een deel dat achter het wiel komt. Dit deel hing echter door middel van een tweede as vast op het chassis. Hierdoor zitten we dus met twee assen aan beide zijden welke moeten verlengd worden en verlenging is noodzakelijk vermits het deel dat achter het wiel zit in de wielkas moet uitkomen.

Critici en de technici zullen mij hier waarschijnlijk ongelijk geven en beweren dat één verlengde as zou volstaan en zij zullen misschien wel gelijk hebben doch ik ga er van uit dat de verlenging van één as in feite neerkomt op een verzwakking van de ophanging. Laten we niet vergeten dat de spatborden verbreed werden en dat zij herhaalde malen behandeld zijn met putty wat een extra gewicht meebrengt. Daar komt nog bij dat de onderzijde van het voertuig toch niet te zien zal zijn doch dat het wel goed moet ogen. Ten einde stevige assen te bekomen gebruikte ik geen Evergreen rod maar kocht ik holle koperen buisjes van 2,5 en 3mm diameter welke ik op maat afzaagde. De buisjes van 3mm schoven hierdoor over de resterende (afgebroken) assen van het model en werden verlijmd met superlijm. Het is te dik, ik weet het, maar het is stevig

De voorassen werden enkel verlengd met behulp van de koperen buisjes.

Het Interieur

Vergeleken met wat reeds achter de rug ligt is de rest in feite kinderspel. De achterbank bestaat uit een bankdeel en uit een zetel. Deze zetel wordt geplaatst op een PE stuk. De zetel uit de kit wordt gebruikt doch zijn frame wordt vervangen door PE inclusief de vleugelmoer waarmee deze op de bodemplaat vast zit. 2 ventilatiegaten zijn eveneens voorzien in PE. De zetel moet echter wel wat bijgewerkt worden ter hoogte van de scharnierpunten van de leuning.

Van zodra dit gedaan is kan de transmissietunnel herplaatst worden alsook de versnellingspoken en enkele kabels. De handrem moet verplaatst worden naar de rechterzijde van de tunnel. De pedalen uit de kit worden vervangen door deze uit de PE set welke fijner zijn

Het dashboard wordt aangepast met behulp van de Eduard set. Het oude logo en de wijzerplaat worden weggeschuurd en vervangen door het PE logo en wijzerplaat met daaronder de transparante kilometerteller. De stuurstang wordt hierna herplaatst gevolgd door de PE kaartenplank aan passagierszijde. Deze kaartenplank bestaat uit niet minder dan 9 PE stukken welke zorgvuldig moeten uitgelijnd worden.

Hierna wordt overgegaan tot het samenstellen van de machinegeweer houder aan de passagierszijde. Het machinegeweer, een Schmeisser, werd gevonden in de spares box, opgekuist en herschilderd. Aan de bestuurderszijde komt, achter de zetel en tegen de wand, een verbandkist en 2 geweerhouders uit de PE set. Hier dient men eerst en vooral de in de kit voorziene verbandkist weg te snijden. Het geweer wordt weggelaten.

Na het aanbrengen van zwarte pre-shading wordt het volledige interieur gespoten in Tamiya Dark Yellow. De houten vloerbedekking wordt in houtkleur Humbrol H110 geschilderd en hierna krijgt alles een German Camo Black Brown wash. De zittingen en rugleuningen van de zetels worden opgekuist en geschilderd in leder kleur. De scharnierpunten en de steunen krijgen zwart als basiskleur gevolgd door Dark Yellow.

Afwerking

Eens het interieur afgewerkt kan overgegaan worden tot het spuiten van een preshading met zwart en een eerste laag zandkleur op de carrosserie; dit enkel om resterende fouten op te sporen. De ruiten worden weggelaten tot in een laatste fase vermits ik ze te dik en te beschadigd vind om nog respectabel te zijn. Zij zullen worden vervangen door klare plastiek afkomstig van verpakkingsmateriaal. Het is nu ook tijd om alle kleine details aan te brengen zoals bumpers voor en achter, deurklinken, klinken aan motorkap en koffer, antennehouders, PE nummerplaten, winddeflector op het dak en het opgevouwen canvas dakzeil. De motorkap ontvangt nu zijn PE steunen en wordt tenslotte op het voertuig bevestigd waarna ook de uitlaat zal verlijmd worden.

Eventuele beschadigingen worden weggewerkt met een nieuwe laag Tamiya zand gevolgd door een laag Klir. Na 24 uur drogen volgt het aanbrengen van de camouflage kleuren onder de vorm van mat groene en mat roodbruine vlekken er zorg voor dragend dat deze niet gaan overheersen over de zandkleur. Het geheel wordt gevolgd door een nieuwe laag Klir. Een zeer sterk verdunde laag zand wordt vervolgens over de gehele carrosserie gespoten ten einde de camouflagekleuren wat te temperen. Dit geeft een meer gebruikte of zonverweerde indruk. Een derde laag Klir gevolgd door een German Camo Redbrown wash zal de details van de carrosserie tenslotte naar voor brengen. Enkele krassen, roestvlekken en sporen van gebruik en slijtage moeten het geheel afronden.

Binnen in het voertuig worden nog enkele voorwerpen gelegd zoals een helm, bajonet, schop, veldfles, eetketel, een typisch Duitse rugzak “rucksack” en een landkaart

Figurines

Bij de kit zijn 4 figuurtjes voorzien, een officier welke een sigaret rookt, een onderofficier met verrekijker, een gewapende soldaat en een soldaat welke een vat verplaatst. De personages zijn in Afrika korps kleding met korte broek en laarzen. Gezien ik de VW voorzag van een motor zou het zonde zijn om deze niet te tonen en zo groeide het idee om de soldaat met het vat om te bouwen tot de chauffeur van het voertuig die de motor inspecteert. De beide officieren, waarvan één met de hand op de rug en ondertussen een sigaret rokend, overschouwen de omgeving.

Bij nazicht van de figuren blijkt dat de officier in feite een te hoekig gezicht heeft. Dit werd aangepast en het volledige figuurtje werd opgekuist tot het een degelijk uitzicht had echter zonder dat het kan vergeleken worden met de betere figurine. De chauffeur had putty nodig, werd eveneens opgekuist en wat bijgewerkt. Hij zal slechts kunnen afgewerkt worden op het ogenblik dat het voertuig op zijn wielen zal staan en de hoogte van de openstaande motorkap zal kunnen bepaald worden. Pas dan zullen zijn armen kunnen aangepast worden. De onderofficier vraagt enkel opkuiswerk.

De figuren ontvangen een laag grijze primer Humbrol 1 alvorens zal overgegaan worden tot hun beschildering. Ik zal hierbij schilderen volgens de laagjes methode mits gebruik van Vallejo / Model Color verf.

het diorama

Ik opteer hier voor de plaatsing van het voertuig in een redelijk zandachtig gebied zonder echter de woestijn te willen nabootsen. Er wordt dikwijls gesuggereerd dat het type 87 zou dienst gedaan hebben in Italië en in Rusland doch ik heb hiervan nog nooit foto’s gezien. Vermits Sicilië echter het dichtst bij Afrika ligt en dat de Duitse troepen daar ook deels de Afrika korps uitrusting droegen opteer ik hierbij dus voor een scène die zich zou kunnen afspelen “ergens in Sicilië”.

De opstelling is simpel: tijdens een halte waarbij het terrein overkeken wordt, profiteren de officieren van een sigaret terwijl de chauffeur voor alle zekerheid nog eens naar de motor kijkt. De beide officieren staan met hun rug naar het voertuig terwijl de chauffeur de motorkap opent.

De kleding van de figuren

De drie figuren welke in feite straight uit één of andere box komen, zijn gekleed in een uiteenlopend assortiment van Afrika korps kleding. De kleur van deze kleding was sterk verschillend en uiteenlopend van zandkleur tot groen en dit is terug te vinden op foto’s en beschrijvingen van deze kleding in diverse publicaties.

Het figuurtje dat ik gebruik als chauffeur komt uit de Italeri kit en betreft in feite een soldaat die een vat versleurt. Zijn armen worden aangepast in hoek en hoogte zodat het lijkt alsof hij de motorkap van de Käfer opent. Hij is gekleed in de Afrika Korps tuniek van hemd en korte broek, draagt de Feldmütze en de lichte veterlaarzen welke in feite bestaan uit een bruine harde schoen en een tan kleurig zacht lederen deel voorzien van veters.

De officiersfiguur met de verrekijker draagt dezelfde laarzen, een korte broek, een tuniekvest en de officierspet.

De officier met de hand op de rug draagt ook dezelfde laarzen, een lange broek, tuniekvest en standaard officierspet welke nooit werd aangepast wat kleur betreft

De kleur van de kleding was sterk afhankelijk van het type en de kleuring van de stof en kon verschillen van een oranjegeel tot lichtgroen. In het begin van de Afrika campagne werd zelfs Feldgrau gedragen. De kleur vervaagde naarmate het aantal wasbeurten en de graad van inwerking van de zon en zo kon het zijn dat bepaalde stoffen zelfs wit leken. Om die reden heb ik besloten om mijn figuren niet in dezelfde kleur te steken maar hen verschillende kleuren in hun tuniek te laten dragen. We zijn later in de oorlog en men gebruikt wat er nog voorradig is.

Deutsches Afrika Korps kleding

De DAK kledij bestond uit het standaard Wehrmacht tropen uniform maar de eerste eenheden die het Afrikaanse grondgebied betraden waren nog uitgerust met het Feldgrau uniform inclusief de zwart lederen laarzen. De kledingdiscipline was niet erg strikt te noemen maar algemeen werd toch de uitgereikte uitrusting gedragen. Uitzondering hierop was het gebruik van meer kleurrijke sjaals, truien en kousen. We mogen hier niet vergeten dat de nachten in de woestijn zeer koud kunnen zijn en dat de kleding niet alleen moet beschermen tegen de zon en kou maar ook tegen zand, stof en uitdroging. Om die reden zien we ook dikwijls foto’s van DAK personeel welke de lange overjas draagt, zowel overdag als ’s nachts.

Als hoofddeksel werden in hoofdzaak vier types gebruikt. De officieren droegen meestal de Feldgrau officierspet met zwarte klep maar er bestond ook een tropenhelm welke in feite vervaardigd was in een soort geperst karton. Deze was ontworpen ter bescherming van nek en aangezicht tegen de felle zon, was voorzien van een schild met arend aan de ene zijde en een schild met de zwart/wit/rood kleuren aan de andere zijde. Deze helm had een kinband die dikwijls boven op de klep gedragen werd. De typische standaard Stahlhelm werd natuurlijk ook gedragen en was dan wel in een zandkleur geschilderd. De Feldmütze (bootje) en de Bergmütze (met klep) waren veel populairder bij de troepen. Delen van beide hoofddeksels konden tot over de oren getrokken worden wat extra bescherming en warmte bood. De kleurenband op al deze hoofddeksels (uitgezonderd de Stahlhelm) kon verschillen naargelang het wapen waartoe de soldaat behoorde. In het algemeen was dit wit (infanterie), rood (artillerie en generaals), roze (pantsertroepen), geel (verkenning), blauw (medisch) of zwart (genie). Bij deze hoofddeksels werd meestal een zonnebril of stofbril gedragen. Wanneer de stofbril niet voor de ogen was, werd deze of naar onder getrokken zodat deze over de keel hing of naar boven geschoven over de klep.

De tuniekvest vond men ook terug in verschillende types. Vooreerst is er de lange overjas, steeds in Feldgrau of Feldgrün; groen of grijs dus. Deze mantel werd nooit vervaardigd in zandkleur. Hij werd hoofdzakelijk ’s nachts gedragen als bescherming tegen de kou doch ook overdag als bescherming tegen de zon of het zand. De tuniekvest of Felfblüse had dezelfde vorm als deze gebruikt in Europa maar was van lichtere stof en kleur. Bij de eerste DAK troepen werden de in Europa gedragen Feldgrau uniformen gebruikt. De kentekens werden op dezelfde plaats aangebracht als normaal op de andere tunieken. Enkel de armband genaaid op de ondermouw maakte melding van het DAK “Deutsches Afrika Korps”. Het tuniekhemd was ook in een lichtere stof en in principe in zandkleur. De kraag stond meestal open maar er werd gebruik gemaakt van sjaals welke extra bescherming boden tegen het zand. Officieren droegen de zwarte gordel op hun tuniekvest.

Ook de tuniekbroek kon verschillen. Vooreerst is er de typische grijze of groene broek van zwaardere stof, geleidelijk aan vervangen door een broek uit lichtere stof en kleur. Vervolgens hebben we de korte broek welke stopte boven de knieën. Deze broek was steeds in een lichtere stof en kleur; nooit in Felgrau. Officieren droegen ook de typische rijbroek welke aansloot op de laarzen. Er bestaan ook foto’s van DAK personeel dat de Engelse korte broek of uniformstukken draagt van andere nationaliteiten zoals Engeland of Italië.

Als schoeisel was er de zwarte lederen laars zoals gebruikt in Europa. Deze werd echter al vlug als voetonvriendelijk beschouwd in de woestijn om reden dat de voeten niet konden uitdrogen en werd weldra vervangen door een schoen in bruin leder met daarop aansluitend een set kappen voorzien van veters van aan de schoen tot boven. De schoen werd ook afzonderlijk gedragen.

De rest van het uniform zoals riemen en gordels, draagtassen, rugzakken, enz…. werd aangepast naar kleur door gebruik van bruin leder of een soort web uitrusting. Het gasmasker werd niet gedragen in de woestijn.

Conclusie

Ik heb erg genoten van het ombouwen van deze kit al moet ik toegeven dat het zeker niet zonder één vloek verlopen is. Tevens ben ik tevreden voor mezelf dat ik het aangedurfd heb om enkele figuren te gebruiken. Deze zijn niet van topkwaliteit maar zij stellen voor wat de grote merken meestal in hun kits leveren. Rekening houdende met het feit dat het slechts de tweede maal is dat ik mij waag aan figuur schilderen denk ik dat ik het er nog zo slecht niet afgebracht heb. Dat het model bij zijn eerste presentatie reeds een prijs mocht wegkapen is voor mij een opsteker.

Maar ik ben het meest tevreden dat ik een model een nieuw leven ingeblazen heb en dat het nu mag staan pronken in een vitrinekast. Het is tevens een bewijs dat onze hobby niet duur hoeft te zijn, zolang we er zelf maar plezier aan beleven.

Keep ‘m building

Erwin


Agenda

Update Events - Update artikels